Het leven van een gek: Vragende visite en ziekenhuizen

Eindelijk een nieuw deel over Sara! Kijk bij “Het leven van een gek”  voor alle andere delen

2017-04-1-13-41-0324. Vragende visite en ziekenhuizen

Herkende je de man?’ Twee agenten zitten bij mijn bed. De ene vuurt allerlei vragen op me af en de andere pent fanatiek mee met alles wat gezegd wordt. Dat zijn voornamelijk woorden van zijn compagnon, aangezien ik amper een woord uitbreng. Ik strijk met mijn handen over het witte ziekenhuislaken. De dokter zei dat ik ondervoed was, vitaminetekorten had en hij noemde nog wat zaken die ik niet eens meer echt meekreeg. Ik schud langzaam mijn hoofd. Niet te snel, want dan krijg ik alleen maar hoofdpijn. Oh ja, dat was ook iets wat die dokter zei. Een lichte hersenschudding van de klap die ik kreeg toen ik in die achterbak werd gesmeten. Een rilling loopt over mijn rug zodra ik daaraan terugdenk. Zijn woedende blik, al dat geschreeuw… Ik sluit even mijn ogen. ‘Sara?’ De zeurende stem van de agent naast me. ‘Gaat het?’ Gaat het? Of het gaat? Ja, nou het gaat echt super. Wat een domme vraag. ‘Nee,’ mompel ik. ‘Ik weet het toch niet.’  Dit schrijft de andere agent fanatiek op. ‘Wat weet je niet?’  Vraagt de agent door. Ik haal mijn schouders op. Dat weet ik dus niet, maar zij lijken dat niet zo logisch te vinden als ik. ‘Ik weet niet wie hij was. Ik weet niet waarom hij me meenam. En de rest weet ik ook niet.’ Eigenlijk is dit een leugen. Ik weet namelijk wel waarom hij me meenam, ik weet alleen niet waarom hij me opsloot. Er wordt op de deur geklopt en meteen schiet ik omhoog. Een zuster loopt naar binnen met een grote glimlach om haar gezicht. ‘Dit was wel weer genoeg voor vandaag. Bedankt voor jullie bezoek. Sara heeft rust nodig.’ De agenten kijken elkaar aan en de ondervrager zucht. De zuster geeft mij heimelijk een knipoog, alsof ze wel begrijpt dat ik geen zin heb in die agenten. Ik schenk haar een dankbare glimlach. Straks komen mijn ouders weer, met Emma, kondigt de zuster aan. Het schijnt dat zij al eerder zijn geweest, maar dat ik toen nog sliep door een of ander slaapmiddel dat ik toegediend kreeg. Ik zucht zachtjes, terwijl de agenten eindelijk de kamer uitlopen. De zuster neemt plaats op de plek waar de agent net zat. ‘Ik word helemaal gek van die mensen,’ begint ze. ‘Ze storen altijd de patiënten op de momenten dat ze moeten rusten.’ Terwijl ze rustig verder kletst, controleert ze mijn pols, temperatuur en allemaal dat soort dingetjes. ‘Ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar waarschijnlijk mag je vanmiddag naar huis. Het gaat zo goed met je! En weetje, fysiek valt het allemaal wel mee. Ik moet je wat vitaminepillen meegeven en het is belangrijk dat je goed uitrust maar dat kan je ook thuis, nietwaar?’ Ik knik, maar ik heb geen zin om wat te zeggen en sluit mijn ogen. ‘Je familie komt ongeveer over een uurtje, dus in principe kan je ook nog wat slapen. Ik bedoel, je mag weliswaar naar huis maar je zult nog wel moe zijn.’ Langzaam verstomt het geklets van de zuster en word ik meegetrokken in een diepe slaap.

‘Sara, ik ben het, Emma.’ De woorden proberen binnen te dringen in mijn hoofd, maar het is mistig en de boodschap lijkt niet echt aan te komen. Ik voel dat er zachtjes aan mijn arm geschud wordt. Laat me met rust allemaal, denk ik. Ik wil slapen. Maar Emma geeft niet zo snel op, dus er wordt opnieuw aan mijn arm geschud. Nu open ik langzaamaan mijn ogen. Het licht is fel en ik trek een gezicht. Langzaamaan wordt het licht wat minder fel- de gordijnen waren dichtgedaan. Emma glimlacht. Haar bruine haar zit in een mooie vlecht opzij en ze heeft een nieuw bloesje aan. Ik grijns een beetje. Nu begin ik echt wakker te worden. ‘Hee Emma!’ zeg ik, met een big smile op mijn gezicht. Ze buigt zich over me heen en geeft me iets wat op een knuffel lijkt. ‘Sara! Je bent terug,’ zegt ze opgelucht. Ik grinnik. ‘Ja, ik ben terug. We kunnen de school weer onveilig maken.’ Emma knikt en zet een stap opzij. Achter Emma staan mijn ouders. Niet alleen mijn ouders, maar ook Mart staat daar, met een gelukzalige glimlach op zijn gezicht. ‘Saar,’ zegt hij en ook hij geeft me iets wat op een knuffel lijkt. Ik durf hem amper aan te kijken. Ik bedoel, hallo, ik heb glashard tegen hem gelogen. En dat terwijl hij nog gelijk had ook. Dan drukt hij een kus op mijn voorhoofd en zonder verder iets te zeggen laat hij mijn ouders bij me. Mijn ouders. Ik glimlach. Ze omhelzen me, zeggen allerlei lieve dingen en tot slot haalt mijn vader ook nog een puddingbroodje tevoorschijn. Ik grinnik, en weet dan dat het goed zit.

Logo 4b

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s