Het leven van een gek: Wanhoop, touwen en een hoop problemen

2016-29-9-13-29-15

21. Wanhoop, touwen en een hoop problemen

Wanneer ik wakker word, is het donker. Mijn hoofd bonkt en terwijl ik probeer op te staan, krijg ik een brandend gevoel in mijn polsen en enkels. Ik kom niet overeind. Ik zucht en blijf liggen. Wat heb ik nu weer gedaan? Ik ben misselijk en merk dat ik moet overgeven. Een enorme golf braaksel komt omhoog en wanneer ik van het bed wil komen, merk ik dat ik geen kant op kan. Ik kan het niet tegenhouden en het zurige spul komt vooral over mezelf, de vloer en het bed. Een smerige lucht verspreidt zich door de kamer. Waarom kan ik geen kant op? Ik doe nog een poging, totdat het pas tot mezelf doordringt. Ik ben geblinddoekt, vastgebonden en ik heb net overgegeven. Ik ben weer terug bij af. Een grote snik ontsnapt uit mijn mond en voordat ik het zelf doorheb, ben ik met gierende uithalen aan het huilen. Ik wil naar huis. Naar Emma, naar Mart. Dit is gemeen, zo hebben we het niet afgesproken. Ik moet iets doen maar ik zou niet weten wat. Ik zit vast en die gast houdt me nu waarschijnlijk vreselijk goed in de gaten. Zou hij me gaan vermoorden? Omdat ik dingen gezien heb? Omdat ik hém gezien heb? Ik ken hem, ik weet het zeker. Ik heb hem eerder gezien. Er is iets met deze man, met dit huisje en ik weet niet wat. Kom op Sara, denk na. Alsjeblieft, voor een keertje. Kom op, kom op. Maar het komt niet en op dat moment realiseer ik me dat het ook niet uitmaakt. Ik lig hier voorlopig toch nog vast.

Uren lig ik daar, zonder te weten of het nu donker of licht is en zonder eten of drinken. Ik heb het benauwd, deels door de kots maar ook door alle andere luchtjes die inmiddels in de kamer hangen. Van het leven hier is geen waardigheid meer over. Ik heb geprobeerd te gillen en te schreeuwen maar er kwam geen reactie behalve een schor gesnik uit mijn eigen keel. Wat ik ook doe, het gaat toch niet helpen. Er is niemand die me hoort, echt niemand. De stilte en ik zijn met elkaar opgesloten. Het is zo stil, dat ik begin na te denken over van alles en nog wat van mijn leven en dan realiseer ik me dat ik liever naar Frankrijk ga dan dat ik hier nog tijden lig. Hoe zou het zijn in Frankrijk? Zonder Emma, zonder Mart. Allemaal nieuwe Franse vrienden maken die alleen maar van stokbrood houden. En van Franse muziek. Emma en ik haten Franse muziek. Ik moet zachtjes grinniken wanneer ik Emma’s gezicht voor me zie terwijl ze Franse muziek hoort in een winkel. Ik merk dat het helpt om aan leuke dingen te denken, dus ik denk aan Emma, aan Mart en alle anderen. Aan alle grappige acties. Ik zie ons weer staan, allemaal onder het cupcake beslag. Emma’s imitatie van een Franse flamingo. Ik lach en huil tegelijkertijd. Emma ik die samen bij de Koning zitten terwijl de rest van onze vriendengroep tegen het raam in de deur staat aangedrukt. Dankzij al die herinneringen word ik langzaam toch een beetje rustig en worden mijn ogen zwaar. Ik geef over aan de slaap die mij meeneemt naar andere werelden.

De volgende keer dat ik wakker word weet ik zeker dat ik voetstappen hoor. Echt. Ik schiet overeind, realiseer me dan pas dat dat niet kan en met een enorme pijn in mijn polsen en een klein gilletje val ik direct weer neer. Ik voel dat de paniek op komt zetten. Die blinddoek moet af, ik word gek. Ik beweeg mijn hoofd heen en weer over het matras en voel dat de doek begint te rollen. Dit gaat, realiseer ik me. Ik doe het opnieuw en opnieuw terwijl ik mijn bonkende hoofd en brandende polsen negeer. Er komt een streepje fel licht naar binnen. Ik zie iets! Het motiveert me om het nog een keer te proberen, nog een keer. Er komt steeds meer beweging in. Met een laatste pijnlijke kreet rolt de doek voor mijn ogen weg. Eerst knijp ik ze dicht voor het felle licht, maar langzaam lijken ze eraan te wennen. Ik lig nog steeds in dezelfde kamer als altijd. Ik kijk naar mijn polsen. Ze zijn vuurrood en zitten met een simpel touw vast. Ik had het gevoel dat ik veel strakker zat vastgebonden dan dit. Ik ben de voetstappen alweer vergeten, het enige waar ik aan kan denken is het losmaken van die touwen. Want dat moet lukken.

Advertenties

Het leven van een gek: Sleutels

2016-25-8--15-13-40

20. Sleutels

Ik ben die chips zó zat! Maar mijn maag knort vreselijk, dus met tegenzin open ik een nieuwe zak Nibbits. Met lange tanden eet ik er een paar en spoel ik ze weg met wat water. In mijn sporttas zat een flesje water, dus nu hoef ik daarvoor niet steeds naar de keuken te rennen, met m’n lamp. Heel fijn. Chips vult niet en ondanks dat je zou zeggen dat je enorm dik wordt als je alleen maar chips eet, zag ik dat ik dunner was geworden toen ik in de spiegel in de badkamer keek. Maar dat is niet mijn grootste probleem. Ik moet die telefoon opnieuw vinden. En Emma bellen, ik heb afgelopen nacht een heel plan bedacht. Zachtjes sluip ik mijn kamer uit want ik heb simpelweg geen zin meer om nog langer te wachten. Ik zou ook niet weten waarom ik langer zou wachten, eigenlijk. De lamp gaat nog steeds altijd mee en mijn sporttas ook. Ik besluit dat ik snel moet handelen, niet te langzaam lopen. Ik ga gewoon direct naar m’n doel, de telefoon. Emma bellen, plan B bespreken.  Voor je het weet ziet hij waar ik mee bezig ben en heeft hij het plan door. Het laatste wat ik wil is hém tegenkomen. Echt, ik eet nog liever een week lang chips dan dat ik die gast tegen moet komen. En aangezien niemand mij komt redden, moet ik mezelf maar redden. En toevallig ben ik daar heel goed in. Oké, misschien niet helemaal. Maar dat komt wel! Ik kom hier heus wel weg. Toch? Inmiddels ben ik bij de bewuste kamer. Ik besluit de rest van de verdieping niet te controleren, zoveel kan er niet gebeuren. Ik moet gewoon die telefoon pakken en Emma bellen, dat is het belangrijkste. Ik loop de kamer in, met mijn ogen zoek ik de telefoon. Waar is dat ding? Gisteren stond hij er nog, maar nu is hij toch echt weg. Ik tuur de hele kamer rond maar nergens is een telefoon te bekennen. Nergens. Ik zucht en laat mezelf op het bed vallen. Heel leuk dit. Hoe kom ik hier nu ooit weg? Dit is gemeen. Gemeen. Gemeen. Gemeen. Dan valt mijn oog op zo’n zelfde kaart als die met de champagne. Gestoken tussen de rand van het bed en de zijkant van de matras, waar ik op zit. Een ongerust onderbuikgevoel komt opzetten. Dit was duidelijk voor mij bedoeld. Langzaam strekt mijn hand zich uit naar de kaart. Wanneer ik hem te pakken heb, vouw ik de kaart open. Deze keer stond er “Hallo!” op de voorkant en wederom, was het handschrift in de binnenkant nogal slordig, net leesbaar.

Lieve Sara,

Kennelijk voel je je al helemaal thuis. Inmiddels heb je vrijwel alle kamers wel bekeken, mooi zijn ze hè? Ik keek naar je toen je uit het kamertje kwam. Toen je belde. Mis je iedereen zo? Ze missen jou ook. Sinds vrijdag ben je weg, nu is het dinsdag! Tijd gaat snel, wanneer je het leuk hebt. Wat ben je mooi. Maak het jezelf gemakkelijk. Zo snel kom je hier niet weg. Als jij het mij ongemakkelijk maakt, moet ik maatregelen nemen die ik liever niet neem, weet je. Zoals dat ik die telefoon weg moest halen. Ik hou je op de hoogte. Ze zoeken je. Ik ben de enige die weet waar je bent, niemand die je hoort, niemand die je helpt. Geniet van je rust!

Ik zie je altijd.

De inhoud leek voor een groot deel op dat van de vorige, maar het maakt mij nog net zo bang als de vorige keer. Hij ziet me dus écht altijd. Hoe dan? Hoe? Ik wil hier weg. Ik besluit alsnog alle kamers te controleren. Dat ik hém dan misschien tegenkom, kan me niks meer schelen. Dan kan ik hem mooi de waarheid vertellen! Kwaad loop ik naar de volgende deur, terwijl ik de brief in tientallen stukjes aan het scheuren ben. Hij moet me gewoon laten gaan! De hele situatie maakt mij ineens superkwaad. Ik smijt de deur open, kijk in het rond. De fotokamer, de kamer met alle informatie over mij. Mijn ogen glijden over alle selfies, notitieblaadjes en andere dingen terwijl mijn blik steeds troebeler wordt door de tranen die in mijn ogen prikken. Dan zie ik een sleutelbos liggen. Dat kan ik wel gebruiken! Ik pak hem zonder na te denken van het bureau. Vervolgens valt mijn oog op een klein halfrond balletje, die op het dak zit geplakt, direct naast de deur. Net een oog. Een camera! Hij houdt gewoon alles in de gaten met die klotecamera’s! Zonder mijn acties te overwegen, sla ik met de achterkant van de lamp, keihard op de camera. Nog een keer, nog een keer. Totdat ‘ie springt en er een regen van kleine glasstukjes naar beneden valt. Zo. Die is kapot, nummer 1. Ik kijk of er nog meer camera’s hier zitten, maar ik zie niks. Snel prop ik de sleutelbos in mijn sporttas. Nog een keer kijk ik de kamer rond. Ik begin alles van de muren af te trekken, van het bureau af te slaan, te verkreukelen, versnipperen en ik ga erop stampen. Eén foto, een selfie van mij en m’n vrienden, die bewaar ik. Ook die gaat in mijn sporttas. Ontsnappen. Ik kan ontsnappen! Ik loop vlug en zachtjes naar beneden, waar ik mijn waterfles opnieuw vul en een zak chips wil pakken, omdat ik niet weet hoelang het duurt voordat ik thuis ben. Maar wanneer ik de kast open, is alle chips weg. Is dit zijn wraak? Ik open alle andere deurtjes, misschien vergis ik me gewoon. Brood! Er is nu een kast vol met brood! Wit en volkorenbrood. Waarom? Ik besluit dat ik niet veel tijd heb om er over na te denken, dus ik prop een compleet witbrood in mijn sporttas, samen met mijn waterfles. Dan zie ik ook hier een camera hangen.  Meteen ram ik erop los met mijn lamp, tot ook deze camera het begeeft. Nu is het écht tijd om te gaan hier. Maar waar is een deur? Waar kan ik eruit? Ineens herinner ik het me. De deur met het slot en de knop. Dat is geen schoonmaakkast. Geen ontvoerdershol. Dat daar, is mijn uitgang. Als een bezetene ren ik er naartoe, om alle sleutels uit te proberen. Bij de derde is het raak, ik draai hem om en de deur gaat open. Fel zonlicht schijnt me tegemoet. Ik ben vrij! Ondanks dat ik amper wat zie, begin ik te rennen. Te rennen, rennen, rennen. Ik moet weg hier. Het is inderdaad een vakantiehuisje, midden in een bos, met een groot recht pad dat van het huisje wegloopt. Had Twan niet ook zo’n vakantiehuisje? Ik besluit mijn tempo iets te verlagen, mijn conditie is behoorlijk achteruitgegaan en zoveel voedingsstoffen heb ik ook niet. Ik verstijf, wanneer een hand mijn schouder stevig vastpakt en me omdraait. Een man kijkt me woest aan. Hij hijgt zwaar. ‘Moet dit nu echt zo, Sara?’ Die stem komt me eng bekend voor, net als het gezicht, maar voordat ik kan verzinnen waarvan, wordt er opnieuw iets tegen mijn gezicht gedrukt. Ik probeer mezelf los te maken van zijn greep, te schoppen, slaan, duwen. Maar hij houdt mij alleen maar steviger vast en ik voel, dat ik weer wegval. ‘Eikel,’ sis ik nog. Dan wordt alles weer zwart voor mijn ogen.

Het leven van een gek: Ventilatie, trappen en een telefoon

2016-17-7--20-01-49

19. Ventilatie, roltrappen en een telefoon

Slapen, wakker worden, slapen, wakker worden. En af en toe een zak chips pakken en leegeten als ik honger heb, de voorraad begint al behoorlijk slinken. Water en chips is echt het enige wat ik binnenkrijg. Ik heb nog niet naar een wc durven zoeken, dat doe ik steeds in een emmer die in het hoekje van de kamer staat. Maar inmiddels stonk ‘ie te erg, dus die heb ik uit het raam gekukeld. Hij paste er precies doorheen. Inmiddels is het opnieuw nacht, ik heb geen idee hoe laat. Maar ik moet naar de wc en ik heb geen emmer meer. Waarom heb ik die wc nou niet eerder gezocht? Nu moet ik in het donker, met iemand die constant over mijn schouder meekijkt, naar de wc. En ik kan het echt niet meer ophouden. Ik besluit dus maar op zoek te gaan, maar niet zonder mijn lamp. Hij werkt niet, maar ik kan er nog steeds prima mee slaan en als het nodig is, dan doe ik dat ook zonder pardon. Of ik raak sla is een ander verhaal. Ik schuifel richting de deur, muisstil. Af en toe voel ik me wat duizelig en bibberig, maar dat maakt niks uit. In het hele huis is geen geluid te horen, behalve het geluid dat ik zelf maak. Welke deur was die van de kamer? Oké, de linker. Er is nog een deur over, en een trap. Als ik een wc was, waar zou ik dan zijn? In een badkamer, natuurlijk. En daar zit een ventilatiesysteem. Dus ik zou het moeten kunnen zien, mits het niet zo donker zou zijn. Ik heb dus niks aan mijn geniale theorie. Dan maar gewoon proberen. Misschien heb ik net zoveel geluk als de vorige keer. Terwijl ik verder schuifel, ontdek ik nóg een deur, die mij mijn vorige tocht helemaal niet was opgevallen. Hij heeft alleen een knop, geen klink en wanneer ik eraan duw en trek, blijkt hij op slot te zitten. Om mezelf niet nog banger wil maken, ga ik er vanuit dat dat zo’n schoonmaakkast of meterkast is, en geen eng ontvoerdershol ofzo. De andere deur gaat wel open. Zou er een lichtknop zijn, ergens? Ik tast de wand af met mijn handen. Ja, daar voelde ik een knop. Ik druk erop, maar de herrie die volgt is niet te omschrijven. Het ventilatiesysteem, die ik net nog zo handig vond, begint nu te loeien. Oh, shit. Shit shit shit shit. Ik druk nog tien keer op het knopje, maar het geluid houdt niet op. Wat nu? Ik loop even helemaal vast. Als versteend sta ik in de kamer, die nu dus duidelijk een badkamer is. Ik krijg buikpijn van de spanning. Wacht even, volgens mij is het niet van de spanning, maar omdat ik nog steeds echt kei-nodig naar de wc moet. Dat wint het dan ook van mijn paniek, dus nu zoek ik fanatiek de wand af naar een lichtknop. Daar, eindelijk! Een klein, zoemend, gelig peertje verspreidt een gedimd licht in de badkamer. Een kleine douche wordt zichtbaar, met daarnaast een toilet. Er staat ook een smal wastafeltje met een kraan, met erboven een spiegel. Ik kijk erin en schrik van m’n eigen gelaat, dun en grauw. Mijn haar hangt in vette sliertjes langs mijn gezicht, maar douchen hier, dat durf ik echt niet. Een grote ruimte is het niet en het is er ook niet bepaald schoon. Maar als je nodig moet, is het goed genoeg. Ik ga dan ook snel naar de wc, nog steeds onder het gezoem van de ventilatie. Ik schrok me echt een ongeluk toen dat ding aanging. Wat een rotplek is het hier. Ik wil naar huis.. Ik besluit ook nog wat te drinken uit het kraantje, om dan weer te gaan. Gewapend met mijn lamp, ga ik weer onderweg naar mijn eigen kamer. Ik kom gelukkig niemand tegen, maar dan is er opnieuw een geluid dat me stokstijf stil laat staan. Het komt bij de deur met de knop vandaan. Lieve help, wat zit daar nu weer? Of beter gezegd, wie? Misschien moet ik er maar gewoon niet over na denken. Ik heb gewoon niks gehoord. He-le-maal niks. Maar als ik het opnieuw hoor, weet ik wel zeker dat er iemand zit. In een opwelling ren ik naar boven, de trap op. Als ik boven ben, kan ik mezelf wel voor m’n kop slaan. Ik heb mezelf gestoten, wat natuurlijk niet zo gek is in het donker, maar bovendien zal ik nog steeds langs de kamer moeten, wil ik bij mijn eigen komen. Ik ben echt zó stom af en toe! Waarom rende ik niet gewoon naar m’n eigen kamer? Als ik een beetje ben bijgekomen en me realiseer dat het echt stil is, verzin ik ook dat nu ik hier toch ben, ik meteen mooi even de boel kan onderzoeken. Wie weet wat ik vind. Ondertussen begint het alweer wat lichter te worden. Hoe laat zou het zijn? Half vijf? Ik zou het niet weten. Op de bovenverdieping zijn drie deuren. Welke zal ik eerst nemen? Nu ik weet, nou ja, vermoed, waar mijn “oppas” bivakkeert, hoef ik minder bang te zijn om de deuren hier te openen. Ik besluit ze gewoon op volgorde af te gaan. De eerste kamer, is heel gewoon. Er staat een bed en een kast, meer niet. Ik open de kast, maar die is leeg. Er hangt wel een kledinghanger in, van dat ijzer dat je kunt buigen. Ik zie er een potentieel wapen in, dus ik besluit het mee te nemen. Nu heb ik dus een lamp én een vervormd stuk ijzer. Ik word er echt gevaarlijker op, Emma zou trots op me zijn. Goed, volgende kamer dan maar. Als ik die opendoe, valt mijn mond open van verbazing.

De hele kamer is bezaaid met foto’s, notities, kaartjes, routekaarten en nog veel meer van dat soort rotzooi. Hallo, ik ben toch niet in een film beland ofzo? Foto’s van mij, van vriendinnen, selfies… Hoe komt hij daaraan? Notitieblaadjes met mijn favoriete eten, drinken en allemaal informatie die alleen m’n beste vrienden zouden moeten weten. Hoe komt hij aan al die informatie? Ik moet hier weg, en snel. Op het moment dat ik me om wil draaien, valt mijn oog op een hoopje in de hoek. Er ligt een doek overheen. Ik trek de doek eraf. Daar ligt mijn sporttas! Ik kan wel in de lucht springen. Snel pak ik hem mee en moffel ik de doek weer tot een hoopje. Dan loop ik naar de laatste kamer. Die ziet er weer heel gewoon uit.  Een beetje hetzelfde als de eerste. Bed, kast, nachtkastje, vaste telefoon. Nachtlampje, stoel. Ik ga op het bed zitten, om de inhoud van mijn sporttas te bekijken. Heb ik alles nog? Mijn telefoon zat erin, Ollie de Onbekende Ontvoerder, een pen en nog wat troepjes. Eigenlijk zit alles er nog in, behalve mijn telefoon. Lekker dan.. Nu kan ik nog Emma niet bellen. Maar wacht eens even. Ik kijk naar het nachtkastje. Natuurlijk! Daar staat gewoon een telefoon. Ik voel mezelf geniaal, ook omdat ik het telefoonnummer van Emma uit mijn hoofd ken. Ik twijfel geen seconde en bel Emma. Ik kruis mijn vingers, in de hoop dat ze opneemt op dit tijdstip. Dit is wel mijn enige kans… “Hallo?” hoor ik slaperig aan de andere kant van de lijn. Emma! Ik kan wel huilen van blijheid. ‘Emma…,’ zeg ik zachtjes. ‘Ik ben het, Sara.’

“Sara!” gilt Emma. “Sara, alles goed met je? Waar zit je? Waarom heb je niet gebeld? Je bent al sinds vrijdag weg en niemand heeft wat van je gehoord…” Ze begint zachtjes te snikken. “Ik maakte me zo’n zorgen…” Ik weet niet eens welke dag het nu is, eigenlijk.

‘Ik ben mijn telefoon kwijt Em…,’ zucht ik. ‘Het gaat totaal niet volgens plan. Ik wil hier weg, help me…’ En ook ik ben weer lekker aan het huilen.

“Oh shit… Wat nu? Krijg je eten en drinken? Is er wel een wc enzo? Straks gaat ‘ie je vermoorden!” roept ze allemaal achter elkaar.’
’t Is oké, Em.. ik heb wapens en ik vond deze vaste telefoon. Maar ik heb geen idee waar ik ben en hoe ik hier wegkom.’ Ik vertel haar maar niet over het feit dat ik alleen maar chips en water krijg en dat de situatie eigenlijk wel iets erger is. “Sara, wat er ook gebeurt hè? Je bent echt mijn beste vriendin die ook ooit heb gehad. Ik mis je vreselijk en ik ga er alles aan doen om je weer thuis te krijgen. Oké?” vervolgt ze snikkend. Dan hoor ik een dof geluid, gevolgd door een tweede. Shit, ik moet hier echt weg. ‘Emma, ik hoor iets. Of iemand. Ik moet gaan, maar ik bel je snel weer. Je bent m’n allerbeste vriendin en doe iedereen de groetjes en een sorry van me. Tot snel Emma.’ Ik maak een kusgeluidje. Emma begint alleen maar harder te huilen. “Doeg Saar,” zegt ze met afgeknepen stem. Dan hang ik op en zorg ik dat ik zo snel mogelijk in mijn kamer kom, mijn veilige haven. Binnenkort ga ik weer terug.

Ik ben nu op vakantie, maar binnenkort komt ook het volgende hoofdstuk online, zoals beloofd! Het internet hier is niet helemaal super :/

Liefs!

Just don’t forget, to wear a hat

Het leven van een gek: Welkomstdrankjes + Like-actie!

2016-08-7--20-04-11

18. Welkomstdrankjes

Als ik voorzichtig om het hoekje kijk, zie ik een kleine, maar lege hal. Leeg, godzijdank. Dat motiveert me om de deur nog wat verder open te doen. Voor ik het weet sta ik buiten mijn kamer in de hal. Op wat meubilair na, is die inderdaad helemaal leeg. Een onzeker gevoel bekruipt me. Ben ik wel ontvoerd? Straks is het een grapje. Ja. Zo meteen staat Emma daar, en Mart, Juul… en ze lachen me uit omdat ik hierin trapte en zeggen dat ik dus echt nooit ontvoerd zou moeten worden. Ja, dat is het. Heel leuk Em. Zachtjes sluip ik de hal door. Die stilte, waarom is het zo stil hier? In een normale straat, stad of weet ik veel waar, is het nooit stil. Ik mis die geluiden. De buurman die elke zaterdagochtend om zeven uur het gras staat te maaien. Als ik weer thuis ben, ga ik mijn wekker tegen hem aangooien. Ik grinnik bij het vooruitzicht, maar sla dan mijn hand voor m’n eigen mond, omdat ik geen geluid moet maken. Inmiddels ben ik aangekomen bij een andere deur. Is er iets hier wat ik als wat ik als wapen kan gebruiken? Ik kijk rond en mijn blik valt op een oude, lelijke lamp met een nog lelijkere lampenkap. Dat ziet er wel uit als iets waarmee ik mensen kan slaan. Ik pak hem en hou het stomme ding vast als een honkbalknuppel. Ik heb nog nooit raak geslagen met honkbal, maar het is nu eventjes belangrijk dat ik al mijn talent ga inzetten. Wanneer ik de deur open, sta ik in een woonkamer. Net zo lelijk als de rest, maar wel helemaal leeg. Alleen een kale bank, wat stoelen aan een keukentafel en een oude keuken zelf, vullen het interieur. Waarom is hier niemand? Is dit grappig ofzo? Ik loop een rond en kijk of ik iets zie wat zou kunnen vertellen dat hier wel iemand is. Maar daar lijkt het niet op, en ik weet niet of ik daar dus blij over moet zijn of er juist best wel een beetje bang van zou moeten worden. Nou, hier is dus helemaal niks. Ook mijn tas en telefoon zijn hier niet te vinden. Ik heb nog steeds honger en ben nog niet dood, dus ik besluit te kijken of er iets in de keukenkastjes te vinden is. Dat mag wel, toch? Als ik het eerste kastje open, word ik bekogeld met zakken chips. Wat. Is. Dit? Eten, in ieder geval. Het zijn mijn favoriete smaken: bolognese, ketchup en Nibbits. Er zit niks geen briefje bij, geen toelichting, nul, nada, noppes. Ik tel ze. Zeven zakken. Waarom zeven? Waarom mijn lievelingssmaken? Dat is best wel eng namelijk. Ach Sara, hou je mond. De hele wereld weet welke chips jij lekker vindt, want je praat altijd over eten. Blijf een beetje normaal nadenken, oké? Ik besluit de bolognese te pakken. Als het mijn lievelingssmaken zijn, is het vast voor mij bedoeld. Nieuwsgierig trek ik nu ook alle andere kastjes open. Zou mijn tas erin zitten? Of nog iets te eten, te drinken? Maar nee, alle andere kastjes blijken nagenoeg leeg te zijn. Er ligt zelfs geen bestek in de bestekbak. Die zijn natuurlijk veel te goed geschikt als wapen. Nou, als ik die man tegenkom, krijgt hij echt spijt van het feit dat hij de lamp heeft laten staan. Ik loop weer terug naar de hal, er zit nog een deur en een trap. Zal ik daar ook nog gaan kijken? Ik besluit het niet te doen, en eerst maar terug te gaan naar de kamer die ik inmiddels tot de mijne heb omgedoopt. De zak chips en de lamp gaan mee. Ik moet echt een beter wapen gaan vinden. Misschien kan ik er eentje maken, zoals in films altijd gebeurt, weet je wel. Ik loop mijn kamer binnen, terwijl ik mijn zak chips opentrek. Op het moment dat ik eens goed rondkijk, verstijf ik van angst. In het midden van de kamer, ligt het ultieme bewijs dat ik niet alleen ben. Mijn adem versnelt, ik krijg het benauwd en het duizelt me. Ik zet een paar stappen naar achter en kijk in het rond met de lamp in mijn hand, klaar om te slaan als het nodig is. Maar er is niemand. Het is doodstil. Bibberig zucht ik en laat ik mezelf op het bed zakken, terwijl ik mijn blik niet losmaak van de twee volle champagneglazen die naast de ontkurkte fles staan, met de helderwitte kaart erbij, waar vrolijk “Proost!” op geschreven staat. Wat is die man van plan?

Na een tijdje voor me uitstaren heb ik eindelijk het lef om de kaart te pakken en te openen. Zou hij er iets in geschreven hebben? Ja hoor, nou wat aardig. Het handschrift is slordig, alsof de tekst heel snel is opgeschreven. Mijn handen trillen, terwijl mijn ogen over de tekst vliegen.

Lieve Sara,

Welkom in je nieuwe thuis, proost! Je hebt je eten al gevonden, zag ik. Ik keek naar je toen je uit het kamertje kwam. Wat ben je mooi. Maak het jezelf gemakkelijk. Als jij het mij ongemakkelijk maakt, moet ik maatregelen nemen die ik liever niet neem, weet je. Ik hou je op de hoogte. Ze zoeken je. Ik ben de enige die weet waar je bent, niemand die je hoort, niemand die je helpt. Geniet van je rust!

Ik zie je altijd.

Geen ondertekening, niks over mijn tas, telefoon, of fiets… Hij is hier, er is hier iemand die naar me kijkt en me dus elk moment iets kan aandoen. Hoe kom ik hier weg? Niemand die mij kan helpen… geen Emma… Ik doe mijn handen voor mijn gezicht, zodat hij me toch een soort van niet ziet. Nou ja, mijn tranen dan. Ik ben opnieuw in huilen uitgebarsten.

 


Maak jij kans op dé sneakpeek?

Het is eindelijk vakantie! Dat betekent natuurlijk meer tijd om dit verhaal te lezen, toch? 😉 en voor mij meer tijd om te schrijven! Dusss… tijd voor een leuke actie! Wat kun je allemaal doen om éxtra veel Het leven van een gek! te lezen?

  • Bij vijf likes post ik de volgende keer twee hoofdstukken!
  • Vind je twee niet genoeg? Wie weet schrijf ik bij tien likes nog wel extra… 😛

Dus: like en reageer! Geniet van jullie vakantie, ik ben benieuwd naar jullie reacties.

Liefs!

 

Just don’t forget, to wear a hat

Het leven van een gek: Veranderde plannen en een dodelijke deur

2016-25-6--11-11-40

17. Veranderde plannen en een dodelijke deur

Het sporttasje met noodzakelijkheden, bengelt over mijn rug. Langzaam sluit ik de deur, alsof ik er een beetje afscheid van ga nemen. ‘Ik kom snel weer terug,’ fluister ik. Dan trek ik de deur definitief dicht. Het plan herhaal ik constant in mijn hoofd, en de tijd hou ik in de gaten. Ik ga nooit ergens te voet heen, dus nu ook niet. Mijn fiets hangt al eenzaam klaar tegen de lantaarnpaal. Die mik ik zo in wat struikjes. Niemand wil dat ding hebben, dus na die tijd haal ik hem gewoon weer op. Ik stap op en fiets een eind weg van mijn huis. Vijf minuten later besluit ik dat ik het nu wel ver genoeg vind, en ik stap af. Hoe ga ik dit ding met beleid in de struikjes dumpen? Dan voel ik dat er ineens iemand op mijn schouder tikt. Ik draai me om en op dat moment wordt er iets in m’n gezicht geduwd en raak in paniek. Wat is dit? Ik krijg geen kans om er over na te denken, want op dat moment wordt alles zwart voor mijn ogen.

Wanneer ik overeind probeer te komen, draait alles. Ik wankel even en val direct weer terug op het matras. ‘Waar ben ik eigenlijk?’ mompel ik zachtjes tegen mezelf. Mijn stem klinkt gek, alsof ik teveel gedronken heb en ik giechel, wat uitloopt in een kreun. Mijn hoofd bonkt, en wanneer ik het aanraak, voel ik een bult. Niet goed. Echt. Niet. Goed. Wat heb ik nu weer uitgespookt? Langzaam ga ik overeind zitten en kijk ik om me heen. Net zo langzaam komt er bovendrijven wat er is gebeurd.  Oh help. Ik kreun opnieuw. Volgens mij heeft Mart gelijk. Volgens mij ben ik ontvoerd en gaat het niet volgens plan. Ik kijk rond en realiseer me dat ik zit op een bed in één of ander oud, vies kamertje, net alsof je in een veel te goedkoop vakantiehuisje zit. Links van de kamer zit een deur, die waarschijnlijk naar een hal leidt. Aan de rechterkant zit een raam, nu bedekt met een oud, vaal gordijn. Het bed staat verticaal tegen de wand en kraakt en piept aan alle kanten. Wat een prutontvoering. Wedden dat ze me vinden in een dag? Ik voel me inmiddels al wat beter dan net en besluit mijn tas te zoeken. Ik bedoel, die had ik expres meegenomen. Terwijl ik mezelf omhoog duw, word ik alsnog een beetje licht in mijn hoofd. Achja, daar kan ik mee lopen, vind ik zelf. Een beetje draaierig hobbel ik door het kamertje. Mijn tas zie ik alleen nergens. Shit. Ik kijk overal, alsof ik in één of andere slechte detectiveserie zit waarbij de detective op onderzoek uit gaat. Maar mijn tas is er echt niet. Net zoals mijn telefoon. En Ollie de onbekende Ontvoerder. Hoe moet ik Emma nu ooit nog op de hoogte gaan houden van alles wat hier gebeurd? Mart zal wel kwaad op me zijn. Voor de zoveelste keer. Kan ik ook dingen goed doen? Ik ben nu helemaal op mezelf aangewezen. Ik zal nu zelf moeten uitvogelen hoe ik hieruit ga ontsnappen en mijn spullen terugkrijg. Oh help, dat kan ik toch helemaal niet? Dan schalt ineens Emma’s stem door mijn hoofd. “Gek! Doe wat! Hier staan als een zombie heeft dus zeg maar echt geen zin.” Zulke “Emma-momentjes” heb ik wel vaker, net alsof Em er zelf bij is. En daar moet ik het dan maar mee doen de komende dagen. Hoelang zou ik hier al zitten? En met wie? Ik besluit eerst weer even te gaan liggen, want mijn hoofd bonkt alsof je er met tien hamers op slaat terwijl er een orkest naast staat die volledig uit de maat speelt. Ik laat mezelf op het bed vallen, wat meteen protesteert met luid gepiep en gekraak. Dan sluit ik mijn ogen. Moet kunnen toch? Straks ga ik even op onderzoek uit.

Ik ben ontvoerd. Net drong het nog niet tot me door, maar nu is die informatie keihard binnengekomen. Ik zit hier vast, door een onbekende die mij van alles aan kan gaan doen. Misschien ga ik wel dood. Kom ik hier nooit meer vandaan. Zie ik mijn ouders nooit meer. Geen Emma. Nooit meer sorry kunnen zeggen tegen Mart. Ik merk dat ik vecht tegen mijn eigen tranen. Niet huilen Saar, alles komt goed. Wat wil die gast van mij? Waarom ben ik hier, heb ik mijn spullen niet… Het is donker, realiseer ik me nu. Ik zit met mijn rug tegen de muur en dan laat ik mijn tranen de vrije loop. Er is toch niemand die het ziet. Niemand. Ik ben hier helemaal alleen. Angst kruipt in mijn hoofd en ik ben bang. Bang, omdat ik niet weet waar ik ben. Omdat er niemand is die mij kan helpen en er alleen iemand is die mij kan vermoorden. Ik ga dood… Opnieuw begin ik met zachtjes huilen. Druppels vallen op het matras en vormen bijna een patroontje. Een streep maanlicht valt nog net naar binnen, het glinstert op de poot van het kraakbed. Ik moet hier weg, maar hoe? Hoe kom ik hier vandaan? Ik weet niet waar ik ben, waar ik heen moet… Mijn wirwar aan gedachten wordt plotseling onderbroken door een knor. Ik schrik, maar realiseer me dan dat het mijn eigen maag is. Hoe lang is het wel niet geleden dat ik heb gegeten? Mijn mond is ook droog. Is dit het? Ga ik hier nu verhongeren? Dan zie ik de deur. Misschien is die wel gewoon open! Eigenlijk wil ik niet opstaan, ik durf niet. Hier, op het bed, is de veilige plek. Maar ik moet wat doen. Dood ga ik toch al. Ik kan er nu beter alles aan doen om weg te komen, want eigenlijk wil niemand hier dood gevonden worden. Ik sta zachtjes op, om mijn bed zo min mogelijk te laten kraken. Behalve die streep licht valt er amper wat te zien in deze kamer, dus op de tast baan ik mezelf een weg naar de deur. Wie weet wat daar achter zit. Ik besluit mijn kansen op te delen in twee opties. Optie 1: Er zit een hal, waar ik gewoon rond kan lopen en op zijn minst óf eten, óf mijn tas vind. Optie 2: Aan de andere kant van de deur zit iemand, en zodra ik de deur open doe, vermoordt hij me. Optie 1. Eten. Optie 2. Dood. Met dat in mijn hoofd leg ik mijn hand op de klink. Daar gaan we dan. Zachtjes open ik de deur.

Het leven van een gek: Leugens

Picsart2016-18-6--10-44-36

16. Leugens

Daar kom je vanzelf achter. Dáár heb ik wat aan. De schooldag was kort vandaag en nu is het eindelijk weekend. Ik ben direct naar huis vertrokken en heb Mart niet meer gezien. Lekker rustig. Inmiddels lig ik ondersteboven op de bank en denk ik aan wat Emma en Mart gister zeiden. Mart die met mij wil praten, en ik kom er vanzelf achter waarover. Tuurlijk. Ondersteboven liggen is echt leuk. Je ziet alles ineens uit een heel andere hoek en dan lijkt alles ineens een stuk interessanter. Bovendien groeit je haar er sneller van, las ik een keer ergens. En misschien wordt je er ook wel slimmer van. Dat hoop ik tenminste. Dus zo af en toe, hang ik even ondersteboven. Mijn ondersteboven-hangsessie wordt deze keer woest onderbroken door geklop op de achterdeur. Kreunend kom ik overeind. Wat zei Emma nou over conditie? Terwijl ik met mijn knalrode kop naar de achterdeur loop, vraag ik me af, wie er daar kan zijn. Emma gebruikt meer geweld, en mijn moeder zou nooit aankloppen. Het blijkt Mart te zijn, tot mijn verbazing.  Spontaan bezoek? En sinds wanneer komt hij achterom? Waarschijnlijk wil hij nu dus “met mij praten”, besef ik me dan. Met een beetje tegenzin, open ik de deur. ‘Hee,’ zeg ik met een glimlach, terwijl ik hem binnenlaat. Direct pakt hij in een onverwachte beweging mijn arm vast, op zo’n manier dat ik geen kant meer op kan. ‘Sara, dit ga je dus echt niet doen. Ben je helemaal bedonderd?’ Helemaal overdonderd begin ik bijna te gillen. ‘Mart! Laat me los! Waar heb je het over?’ Waar denkt die gast in vredesnaam mee bezig te zijn? Lekkere binnenkomer dit. ‘Wat denk je nou Sara? Emma heeft het wel tegen mij gezegd hoor! Had jij misschien moeten doen,’ vervolgt hij sarcastisch. Waar heeft hij het over? Ik heb met niemand anders gezoend sinds het “Milan-incident”. Zou Emma zo’n leugen verspreiden? Ik zou niet weten waar hij zo kwaad over is. ‘Mart…’ fluister ik. ‘Alsjeblieft. Laat me los.’ Waarom doet hij dit? Hij zucht en z’n greep verslapt, terwijl hij me meeneemt naar de bank. ‘Ik laat je niet ontvoeren door één of andere onbekende gek, oké?’ Inmiddels klinkt zijn stem ook een stuk zachter. ‘Sorry dat ik je zo liet schrikken.’ Dan laat hij me eindelijk los en begraaft hij zijn gezicht in z’n handen. Ik weet even eigenlijk niet wat ik moet doen. ‘Mart? Alles goed?’

‘Ja, sorry.’ Hij zucht. ‘Ik was gewoon nogal in paniek, nadat ik hoorde wat jullie plan waren. In Frankrijk ben ik je kwijt, maar dan ben ik je al helemaal kwijt… en dat wil ik niet, snap je? Dit is echt superdom Sara. Je bent gek.’ Ugh wat klinkt dit romantisch. En zo dom is het niet, toch? Hij raakt me niet écht kwijt. Emma weet waar ik ben. Te allen tijde. Maar ze zal zwijgen als het graf en huilen zoals een meisje dat kan. Emma kan nephuilen, want dat deed ze laatst ook toen we een proefwerk terugkregen. Ze had een vijf, maar toen ze na de les ging huilen hoogde hij haar cijfer ietsie op. Typisch Emma. ‘Mart, je bent me niet écht kwijt. Emma weet waar ik ben. En ik kom weer terug, beloofd. We hebben alles goed geregeld!’ Ik hoop dat dit Mart overtuigd van het feit dat er niks geks aan deze actie is. Oké, aan z’n gezicht te zien wordt dat ‘m sowieso niet. ‘Geloof je dat echt Saar? Je vertrouwt een wildvreemde. Vertrouw er dan op dat je in Frankrijk goed terechtkomt. Daar ben je veiliger dan in de handen van een stalker die je mee wilt nemen.’ Oh. Ik snap het al. Mart wil dat ik oprot naar Frankrijk. Ik sla mijn armen over elkaar en sta op. ‘Goed. Dan ga ik naar Frankrijk. Ik zeg het af.’ Ik glimlach kort. Mart lijkt ineens erg opgelucht.

‘Serieus?’ vraagt hij. Ik knik.

‘Serieus. We maken er nog een maand het beste van, en ik blijf hier totdat we naar Frankrijk gaan.’ Nu laat ik een brede glimlach zien. ‘Nu tevreden?’ Hij knikt en slaat dan zijn armen om me heen, een stuk liever dan bij binnenkomst. ‘Heel tevreden. Ik wist wel dat ik je er vanaf kon houden.’ Hij grijnst en ik knik. ‘Ik ga weer naar huis,’ vervolgt hij. ‘Ik zou Taxi uitlaten.’ Taxi was hun hond. Meestal was dat arme beest bij zijn opa en oma, maar kennelijk was hij wonder boven wonder een keer thuis. ‘Taxi is thuis?’ vraag ik dan ook verbaasd. Ik vergeet altijd dat Mart een hond heeft. Mart grinnikt en zegt: ‘Ja, hij is gewoon een keer thuis! Volgens mij is hij bij mijn opa en oma meer thuis dan bij ons, maar ach. M’n opa en oma zijn op vakantie.’

‘Ah, vandaar,’ lach ik. ‘Nou, veel plezier met Taxi uitlaten.’ We lopen naar de achterdeur en ik houd hem voor Mart open. ‘Ga je anders niet mee?’ vraagt hij. ‘Gezellig samen Taxi uitlaten?’ Ik schud van nee. ‘Ik moet nog wat dingetjes regelen. Ga nu maar,’ grinnik ik en ik zet m buiten. Maar daar blijft hij staan, terwijl hij me aankijkt. ‘Nog één dingetje,’ zegt hij dan. Snel drukt hij een kus op mijn mond, om zich dan om te draaien en naar zijn fiets te lopen. Ik glimlach de breedste lach die ik ooit geglimlacht heb. ‘Doei,’ vervolgt hij verlegen. Ik loop naar hem toe, de tuin in. ‘Doei,’ zeg ik zachtjes. Dan geef ik nog een kus terug op zijn mond, en hij glimlacht, om vervolgens de tuin uit te lopen terwijl hij zwaait. Nou, dat was voorlopig mijn laatste kus, denk ik dan. Want straks, ga ik verdwijnen. Sorry Mart, leugentje om bestwil. Ik ga mijn ontvoering niet afbellen, daarvoor is het al veel te laat. Ik loop naar binnen, en besluit om een tas met noodzakelijkheden in te pakken. Mart ’s opgeluchte gezicht blijft in mijn hoofd hangen. Sorry, zeg ik. Sorry.

 

Het leven van een gek: Zenuwen, telefoontjes en geheimen

2016-08-6--13-49-50

 

15. Zenuwen, telefoontjes en geheimen

Hoe zou het zijn om ontvoerd te worden als je het zelf al weet? Telt het dan nog als ontvoeren? Ik zie het al helemaal voor me: Die man komt aanlopen, tikt mij op mijn schouder en maakt vervolgens subtiel duidelijk dat het tijd is om te verdwijnen. Zijn looks zijn natuurlijk helemaal in stijl. Inclusief zonnebril, hoed en veel te lange grijze jas. Ik knik dat ik snap wat zijn bedoeling is en zorg dat ik verdwijn in de massa. Vervolgens ga ik op zoek naar zijn overgeschilderde, witte bestelbus met geblindeerde ramen. Wanneer ik er ben, spring ik achterin en scheuren we weg. Het stinkt er wel, want waarschijnlijk is het dat ene busje van het visbedrijf bij de haven dat laatst failliet is verklaard. ‘SARA!’ Wie was dat? ‘Sara!’ Oh, het is mijn moeder die me uit mijn wilde fantasie probeert te halen. Ik zucht zachtjes. ‘Ja!’ gil ik dan terug.

‘Ik heb je al tien keer geroepen! Waarom reageerde je nou niet?’

‘Sorry, ik hoorde je niet.’ Mam zucht diep. Dan vervolgt ze:

‘Emma staat bij de achterdeur en ík kan niet voor d’r opendoen nu. Ze staat er al even voor te dansen, dus ik zou opschieten.’

‘Oh. Oké, ik kom!’ Met een rotgang vlieg ik naar beneden. Hijgend kom ik aan bij de achterdeur. ‘Hoi Em!’ zeg ik, opgewekt maar nog steeds hijgend,  als een hond die niks doet behalve de chipszak van z’n baas leegeten.

‘Zo hee, welke marathon heb jij gelopen?’ Emma grinnikt en wandelt langs mij heen naar binnen.

‘Trap,’ zucht ik.

‘Sara, binnenkort gaan wij aan onze conditie werken.’

‘We hebben nog vier weken,’ zeg ik droogjes. ‘Moet je hard trainen.’  Ik zucht. Langzaam en pratend gaan we naar boven. ‘We hebben meer tijd, toch?’ zegt Emma.

‘Ja, na mijn afspraak met onze grote vriend O.O.’ Ik grinnik kort en Emma doet met me mee. Dan komen we mijn moeder tegen, die mij grijnzend aankijkt. ‘Hebben jullie een afspraakje meiden?’ vraagt ze dan met een knipoog. ‘Nee mam, die hebben we niet. Kom Em,’ zeg ik en ik trek haar aan haar arm mijn kamer binnen. Mam trekt één wenkbrauw op, om vervolgens schouderophalend door te lopen. ‘Tijd om die gast te bellen,’ deel ik mee terwijl ik de deur sluit. Emma knikt instemmend en vraagt: ‘Hebben wij nog eisen? Ik bedoel ze moeten je natuurlijk wel goed behandelen als je verdwenen bent. Aan een dode Sara heeft niemand wat.’

‘Vooral ik niet,’ lach ik terwijl ik het nummer opzoek. ‘Maar we hebben ons boekje toch? Ollie de Onbekende Ontvoerder kan nu zijn plicht doen.’

‘Ohja!’ roept Emma uit en ze begint direct in haar rugzak te graven op zoek naar het boekje. ‘Ons ontvoeringsdraaiboek,’ zegt ze trots. ‘Met stappenplan.’ Ik grijns terwijl ik Emma aankijk.

‘Stap 1?’

‘Bellen natuurlijk! Sukkeltje!’ Emma lacht me zo ongeveer uit. Ik zucht.

‘Emma, altijd controleren. Dit moet met heel veel zorg gebeuren.’ Ik probeer mijn stem echt super serieus te laten klinken, maar dat mislukt een beetje. Volgens mij kan ik nooit telefoniste worden. En dat terwijl ik op het punt sta het belangrijkste telefoontje van mijn hele leven te plegen. ‘Nou, hup ga je nog bellen of blijf je die telefoon knuffelen?’

‘Jaja, ik bel al,’ mompel ik quasi beledigd. Mijn vinger bengelt nog een paar seconden boven het groene icoontje maar dan klik ik hem zonder genade aan. Nadat de telefoon veel te vaak is overgegaan wordt er opgenomen.

‘Emma. Je bent eruit? Ik hoop dat je niets met Sara hebt overlegd, want dan hebben we een probleempje.’ Nou das duidelijk. Veel probleempjes. Emma duwt haar gezicht in mijn kussen om haar eigen gelach te smoren. ‘Wat zou het probleempje zijn dan?’ vraag ik. Ik ben té nieuwsgierig om het niet te vragen. ‘Hoezo?’ zegt hij direct wantrouwend. ‘Weet ze het?’ ‘Oh nee, dat niet! Tuuuurlijk niet. Ik vroeg het me alleen even af.’ Klonk dit niet supersarcastisch?

‘Oké.’ Hij klinkt erg opgelucht. Hij vatte mij niet sarcastisch op dus, gelukkig. ‘Die probleempjes leg ik later wel uit. Vertel nu maar hoe we het gaan aanpakken.’ Ik zucht zachtjes. Daar gaan we dan. Fanatiek wijst Emma naar stap 2 in het boekje. Daar stond kort het plan uitgelegd. ‘Oké,’ zeg ik en ik merk dat ik wat zachter begin te praten. ‘Luister.’

 

Wanneer alles duidelijk is en ik heb opgehangen, is het eerste wat ik tegen Emma zeg: ‘Geef me een kussen.’ Verbaasd gehoorzaamt ze me en er vliegt een kussen mijn kant op. Ik druk mijn gezicht erin en begin te gillen. Heerlijk, dat lucht echt even op. Emma kijkt stomverbaasd mijn kant op. ‘Oké, dat is duidelijk,’ proest ze. Ik knik tevreden en dan nestelen we ons tegen de rand van mijn bed. Ik pak mijn mobiel er weer bij, en open WhatsApp. Er zijn verschillende berichtjes binnengekomen, onder andere van Mart. Mijn hart maakt een sprongetje. Emma werpt ook een blik op mijn mobiel. ‘Oeh Mart! Geef maar hier dat regel ik wel.’ Ze trekt mijn mobiel met geweld uit mijn handen en begint direct te typen.

‘Emma!’ gil ik en ik spring op, klaar om mijn vriendin aan te vallen.

Ze doet haar handen in de lucht. ‘Oké, oké, hier is ‘ie weer.’ Ze laat mijn mobiel zonder medeleven los voor een vrije val, maar ik vis ‘m op tijd uit de lucht. ‘Even de schade bekijken,’ mompel ik terwijl ik weer naast Emma neerplof. ‘Hoeveel mensen heb je geappt?’

‘Maar eentje!’ zegt ze met haar meest onschuldige glimlach ooit.

‘Mart dus,’ grinnik ik. En ja hoor, ik heb nog gelijk ook.

Mart:

– Hee Sara;)

-Hoe gaat ‘ie? Ik had je niet meer echt gesproken op school :/

 

Sara:

– Heeeeeeeeeeeee 🙂

– Emma hier

– Je moet Sara gaan vragen want daar wacht ze echt op weetje.

– Doen 😀 Ik ship jullie. XXXX Emma

 

‘Emma! Wie zegt dat ik daarop wacht!’ gil ik verontwaardigd.

‘Nou… ik! Komop, het is echt nodig.’

‘Hm,’ hum ik. ‘Oh help hij stuurt wat!’ vervolg ik dan.

‘Laat me kijken!’ gilt Emma.

Mart:

– Saar ben je er alweer? Ik wil morgen namelijk echt even met je praten…

‘Zie! Hij gaat je vragen!’

Mart:

– Niet over wat Emma net zei…

‘Oh… jeetje Saar waar zou hij over willen praten?’

‘Wil ik dat weten?’

‘Nou. Daar kom je vanzelf achter,’ antwoordt Emma. Ze glimlacht kort. Volgens mij weet zij hier meer van.