Het leven van een gek: Ollie, Emma en de chagrijnige baliedame

2017-31-1-21-56-26

Yes, eindelijk weer een nieuw deel! I hope you’ll enjoy!

25. Ollie, Emma en de chagrijnige baliedame

Het tetterende geluid van de tv is niet te missen, maar mijn moeder is toch op zolder en daarom vind ik dat ik de televisie niet in het geluid hoef te beperken. Ik lig onderuitgezakt op de bank, een joggingbroek en een hoodie maken het plaatje compleet. Alleen de zak chips ontbreekt, maar daar heb ik voorlopig dan ook geen zin in. Ik vind het niet meer lekker, door alle ervaringen van afgelopen tijd die er onlosmakelijk mee verbonden zijn. Ik sluit mijn ogen en word me bewust van de bonkende pijn in mijn hoofd. Misschien is dat harde geluid niet zo’n heel goed idee, dus ik besluit het geluid even iets terug te draaien. Het gaat waarschijnlijk nog wel even duren voordat mijn hersenschudding helemaal over is, maar gelukkig valt het mee. Straks komt Emma, dat had ze beloofd en ik kijk er naar uit. Het is zaterdag en over drie weken gaan we verhuizen. Mijn ouders en ik hebben er niet meer over gepraat sinds ik terug ben, maar de plannen van Emma en mij zijn rijp voor de prullenbak.
Overal in het huis staan half ingepakte dozen, alsof ze alles een beetje tegelijkertijd aan het aanrommelen zijn hier.
Mijn kamer is nog helemaal in tact, net alsof ik niet weg ben geweest. Het gaf me een fijn gevoel toen ik gisteren thuis kwam. Zelfs mijn fiets hebben ze teruggevonden, het ding stond weer op zijn vertrouwde plek in de tuin toen ik terug kwam. Ik ben een week weggeweest, is mij verteld. Mijn eigen gevoel voor tijd was verdwenen, de ambulancebroeders hadden me dan ook bezorgd aangekeken toen ik het vroeg.  Wanneer het geluid van de televisie tot een nihil niveau wordt beperkt, merk ik pas dat mijn moeder weer beneden is en ik schrik op.
‘Sara,’ verzucht mijn moeder. ‘Als jij snel wilt opknappen van die hersenschudding, kun je die televisie beter helemaal uithouden. Zijn er geen andere manieren om afleiding te zoeken?’ Ze glimlacht en gaat rustig naast mij zitten. Ik haal mijn schouders op ten teken dat ik eigenlijk nog niets heb verzonnen.
‘Straks komt Emma,’ komt er dan in me op. ‘Ik weet alleen nog niet hoe laat.’
‘Fijn dat ze straks komt, jullie hebben elkaar vast een hoop te vertellen.’ Ze staat op en loopt richting de keuken, waar ze weer verder praat. Wanneer ik een beetje mijn best doe kan ik haar verstaan, alleen daar heb ik geen zin in, dus ik vraag ernaar zodra ze de woonkamer weer binnenkomt.
‘Er staan Skittles in de keuken,’ licht ze nu kort toe. ‘Voor Emma en jou straks.’ Nog steeds glimlacht ze en ik weet dat ze hoopt dat ik hier blij mee ben. Ik stuur haar een vrolijke lach terug.
‘Dankje mam!’ Op dat moment gaat de telefoon en omdat ik zo nieuwsgierig ben duik ik er op af.  Het blijken mensen van de politie te zijn die spullen van mij hebben gevonden, met de vraag of ik ze vanmiddag nog kan ophalen op het bureau. Eindelijk krijg ik mijn mobiel weer!
Ik besluit Emma mee te slepen naar het bureau, dus zodra ik dat gesprek heb afgerond bel ik haar meteen en binnen een halfuur staat ze voor mijn achterdeur te springen. Lachend doe ik open en laat ik mijn vriendin binnen. Meteen vliegt ze me enthousiast om de hals.
‘Goed om jou weer te zien!’ roept ze. Ik knik en straal. ‘Je ziet er alweer een stuk beter uit dan gisteren, alhoewel.’ Een aarzeling klinkt door in haar laatste woord en ze werpt een kritische blik op mijn outfit.
‘Aan die kleding mag nog wel wat gebeuren, voordat wij de deur uit gaan.’ Ik werp zelf ook een blik op mijn outfit en ik kan niets anders dan haar helemaal gelijk geven.
‘Ja, laten we daar wat aan gaan doen,’ stem ik lachend in. Emma rent voor mij uit naar boven en ik kom er een stukje trager achteraan. Ik mag niet te hard lopen en al helemaal niet op een trap. Wanneer ik op mijn kamer kom, heeft Emma mijn kast al opengegooid.
‘Goed. Ik zeg lekker casual, maar wel fancy,’ begint ze.
‘Een skinny is al een hele vooruitgang,’ mompel ik terwijl ik mijn lievelingsskinny opduikel uit mijn kast. Ik houd hem voor Emma’s neus.
‘Beter?’ vraag ik. Emma knikt hevig.
‘Veel beter. Doe die maar aan.’ Ze koekeloert bij mijn T-shirtjes om een leuke match te vinden met mijn broek. Die vindt ze en deze wordt dan ook zonder pardon op mijn hoofd gesmeten tijdens mijn speciale “Ik-trek-een-skinny-aan-dans”. Daardoor verlies ik mijn evenwicht maar gelukkig weet ik op het bed te vallen, in plaats van op de grond. Meteen komt mijn moeder om de hoek kijken.
‘Alles goed hier?’ vraagt ze bezorgd. Maar zodra ze ziet dat Emma en ik keihard aan het lachen zijn, grinnikt ze even en sluit ze de deur weer.
‘Dat ging soepel,’ merk ik droogjes op. Emma knikt.
Wanneer ik eenmaal zover ben, besluiten we om te gaan. Eigenlijk mag ik helemaal niet fietsen, maar dat kan mij niets schelen en het maakt Emma eigenlijk ook niet uit. Ik duw met mijn wiel de schuttingdeur open en rijd weg, met Emma in mijn kielzog.

Bij het politiebureau is het rustig en Emma en ik knallen onze fietsen in de rekjes die bij de ingang staan. Achter de balie zit een vrouw die waarschijnlijk snakt naar een pauze. Tenminste, zo ziet ze er wel uit en wanneer we met haar in gesprek gaan kom ik erachter dat ze ook zo klinkt.
‘Ja?’ vraagt ze kortaf.
‘Ik ben net gebeld,’ begin ik. ‘Of ik mijn spullen kwam ophalen.’ De vrouw achter de balie trekt één wenkbrauw op. Ze is vrij mollig en ik vermoed dat ze niet vaak achter criminelen aan hoeft te rennen. Aangezien de vrouw verder niet reageert op mijn verhaal, ga ik verder.
‘Ik ben Sara. Sara Torenberg,’ mompel ik.
‘Ze was ontvoerd, niet gehoord?’ helpt Emma, lekker recht door zee. Nu knikt de vrouw en ze toetst een nummer in op een telefoon die bij haar in de buurt staat. Ze blaft er enkele woorden in en gebaart ons dan om op de stoelen verderop te gaan zitten. Kennelijk is ze geen vrouw van veel woorden. Emma en ik kijken elkaar aan en trekken tegelijkertijd een gek gezicht. Grinnikend gaan we zitten en dan valt er een stilte. Opnieuw kijken we elkaar en dan barsten we in lachen uit. Op dat moment loopt dezelfde agent als die gisteren in het ziekenhuis binnen en hij kijkt ons verwonderd aan. Meteen stoppen Emma en ik met lachen.
Dus jij kwam voor je spullen Sara?’ begint hij. Ik knik. ‘Mooi. We hadden ook nog een paar vraagjes aan jullie samen, maar daarvoor pakken we eerst even jou spullen erbij.’ Hij wenkt ons en we lopen achter hem aan. Voordat ik het weet zwaait hij met mijn sporttas voor mijn neus.
‘We dachten dat dit, met alles wat erin zit, wel van jou zou zijn.’ Wanneer ik de sporttas aanpak springen er bijna tranen in mijn ogen. Meteen open ik het om te zien wat er nog inzit. Toen ik mijn sporttas terugvond zat mijn telefoon er niet in, maar nu wel. Waarschijnlijk hebben zij die gevonden. Ik laat het apparaat door mijn handen glijden en steek het in mijn broekzak.
‘Bedankt,’ zeg ik met een grote glimlach. Hij geeft mij een typische politieglimlach terug; persoonlijk en professioneel tegelijkertijd. Hoe doen zij dat toch? Dan kucht hij, we waren namelijk nog niet klaar en kennelijk is dit zijn manier om dat onder de aandacht te brengen.
‘Over één boekje hadden wij nog wat specifieke vragen aan jullie,’ begint hij. Meteen kijken Emma en ik elkaar aan. Natuurlijk weten we over welk boekje dit gaat. Ze hadden Ollie de Onbekende Ontvoerder gevonden.

Advertenties

Het leven van een gek: Verzet

2016-17-11-21-45-45

23. Verzet

Kwaad kijkt hij me aan. Nou, kwaad, zeg maar gerust woedend. Mijn maag begint te draaien van angst, ik kan simpelweg geen kant op. ‘Sara, Sara, Sara. Moest dit nou echt? Was het na één ontsnappingspoging niet al duidelijk genoeg?’ Ik slik en zwijg. Hij zet een stap naar voren, ik eentje naar achteren. Hij daagt me uit, besef ik. En zonder er verder over na te denken, begin ik te rennen en duik ik langs hem heen. Ik ren de trap af en hij komt achter me aan. Onder zijn zware voetstappen kraken de treden nog harder dan normaal. Hij heeft de deur open laten staan toen hij binnenkwam, wat een sukkel. Ik maak ervan gebruik en ik ren naar buiten. ‘Ik zou het niet proberen Sara!’ roept hij. Te laat. Ik ren zo hard als ik kan. Maar hij is sneller, natuurlijk is hij sneller. Ik ren zo ver mogelijk, zodat onze afstand van het huisje zo ver mogelijk is. Uiteindelijk haalt hij me in en grijpt hij mij bij mijn middel. ‘Jij gaat met mij mee,’ gromt hij. Ik schop, duw en probeer van alles om los te komen uit zijn stevige greep. Hij loopt met mij terug naar het huisje, maar ik ga niet terug. Echt niet. Ik raak hem waar ik hem maar raken kan. Maar het helpt niet, hij verstevigt alleen zij greep. Ik kan amper nog ademhalen. Ik trap hem nog een keer. We zijn inmiddels bij de auto, die nog voor het huisje stond. Hij laat mij met één hand los en gooit de achterklep open. Daar ga ik dus echt niet in! Ik schop en sla erop los. Raak. Ik schop ‘m recht in het midden, in de roos. Hij kreunt van de pijn en zijn greep verslapt. Dit is mijn moment, nog een keer probeer ik los te komen. Dan hoor ik sirenes! Hoe hebben ze dit gat hier ooit gevonden? Jammer is alleen, dat mijn grote vriend ze ook hoort. Nu heeft hij iets meer haast met het dumpen van mij in de achterbak. Hij pakt mij op en gooit me er hardhandig in. Maar ik blijf me verzetten, zo makkelijk krijgt hij mij niet. Ik probeer er weer uit te klimmen en ik begin keihard te gillen. Dat heb ik ooit met Emma geoefend, zodat we in geval van nood superhard zouden kunnen gillen. Dus dat doe ik dan ook, lang en hard. ‘Hou je mond,’ zegt hij kwaad. Ik schud mijn hoofd en schop hem nog een keer. Hij probeert de klep dicht te doen, maar dat gaat niet zomaar. Dan komen er twee politieauto’s aanrijden. Ik begin te lachen. Waarom vind ik dit zo grappig? Ik krijg een woedende blik van mijn ontvoerder toegeworpen. Dan gebeurt er van alles tegelijkertijd. Ik let niet goed op, word naar achteren geduwd en opgesloten in de achterbak. Mijn hoofd bonkt, volgens mij heb ik mijn hoofd gestoten. Ik hoor allemaal geschreeuw en ik sluit mijn ogen. Mijn handen leg ik op mijn oren en ik krul mezelf op als een bolletje. Ik wil niets meer horen. Niets meer zeggen. Nu is het aan hen om mij te redden.

Een hele tijd hoor ik niets. Ik lig en staar voor me uit, terwijl ik mezelf zachtjes heen en weer wieg in de kleine, bedompte achterbak. Ik schrik op wanneer ik nog meer sirenes hoor. Eerst worden ze heel hard, daarna stopt het geluid spontaan. Ik hoor het geklap van autodeuren en pratende mensen. Met vlagen kan ik het verstaan. ‘…de hele auto op slot…’  Wat? De auto op slot? ‘…die heeft hij dus in het water gesmeten…’ Nu komen ze heel dichtbij en kan ik alles verstaan wat ze zeggen. ‘Sara?’ vraagt een vriendelijke mannenstem. Dit is niet mijn ontvoerder. Ik begin spontaan te huilen. ‘Ja?’ zeg ik met schorre stem. Volgens mij ben ik veilig. ‘We gaan je hieruit halen meisje, alles komt goed.’ Ik knik en snik zachtjes. Ik hoor voetstappen komen en gaan, gemorrel aan de auto en pratende mensen. Nog steeds opgevouwen als een bolletje, lig ik daar onbeweeglijk. Dan hoor ik hoe het slot losschiet. De klep wordt langzaam opengedaan en ik merk dat iedereen daarbuiten zijn adem inhoudt. Dat voel ik gewoon. Langzaam valt er een streep licht naar binnen. Ik hou mijn adem in. Kunnen ze mij hier niet gewoon laten liggen? Is hij weg? De vragen spoken door mijn hoofd, maar ik durf niet op te kijken, totdat ik een vriendelijke stem hoor. ‘Kom er maar uit. Het is oké, hij is weg.’ Ik geloof haar niet, toch kijk ik nu wel voorzichtig op.  Achter haar staat nog een man, daarachter een politieauto en een ambulance. ‘Zal ik je even helpen?’ vraagt ze dan geduldig, wanneer ik geen beweging lijk te maken. Ik knik en word uit de auto geholpen, naar de ambulance. Mijn ontvoerder zie ik nergens meer, maar ik blijf om me heen kijken. Voordat ik de ambulance instap, kijk ik nog één keer naar het huisje. Het is inderdaad net zo’n gaar vakantiehuisje als dat van Twan. Ik zucht zachtjes en klim in het voertuig. Ik ga zitten, sluit mijn ogen en laat de rest van de middag en avond in een waas voorbijgaan. Ik wil dat alles gewoon voorbij is.

 

Eindelijk weer een nieuwe post! Ik ben superdruk de laatste tijd dus ik blog minder. Maar daarom zijn mijn posts niet minder leuk natuurlijk 😉

Liefs!

 

Just don’t forget, to wear a hat