Er is iets super ergs gebeurd!!

FB_IMG_1497020433423

Zoals jullie inmiddels wel weten, is mijn boek vorige week vrijdag uitgekomen en nu te bestellen op bol.com en de website van mijn uitgever. Supergaaf! Ik ben al de hele tijd super excited aan het stuiteren en van alles aan het regelen voor het publicatiefeestje van 30 juni. Wil je daarbij zijn? Hou de datum dan vrij, binnenkort vertel ik er meer over!

Heel veel van jullie hebben alvast een boek bij mij besteld, super superleuk. Ik kan ook niet wachten om ze te geven! Alleen er is iets super ergs gebeurd. Maar voor jullie is er bij dit slechte nieuws ook nog een beetje goed nieuws, dus hold on.

Bij alle twintig exemplaren van mijn boek die ik had besteld is een supergrote fout gemaakt! Vrijdag kwam ik erachter en sindsdien ben ik super stressed. Ik ga jullie de uitleg even besparen, maar ik wil die exemplaren op deze manier niet verkopen. Gisteren heb ik mijn uitgever gemaild en ik hoop heel erg dat ik zo snel mogelijk een reactie van ze krijg om dit recht te zetten. Want nu moet iedereen nóg langer wachten op zijn of haar exemplaar!

Dit vind ik echt zo super jammer, maar er is even niks aan te doen. Het leven is niet perfect, ook niet bij mij. Maar dat geeft niet, het komt vast helemaal goed. Het duurt alleen even wat langer. Dan nu het positieve kantje: je kunt nog meedoen met de winactie! Eigenlijk was morgen de allerlaatste dag dat je mee kon doen maar omdat ik het boek nu nog niet kan opsturen, verleng ik de winactie. Je kunt in ieder geval deze hele week nog meedoen! Ik hoop heel erg dat ik volgende week de goede boeken thuis heb, zodat jullie het allemaal eindelijk kunnen gaan lezen.

Geniet lekker van de zon en dit heerlijke weer!

Liefs!

Just don’t forget, to wear a hat

 

 

Mijn boek is uit! + WINACTIE

Jaaaaa! Gisteren was het dan zover, mijn boek kwam uit. Sinds gisteren is mijn boek bestelbaar en kun je het dus gaan lezen! In dit blogje vertel ik waar en hoe je mijn boek kunt bestellen én leg ik uit hoe je mee kunt doen aan de winactie!

Bestellen

Mijn boek kun je op meerdere manieren krijgen. Ik leg ze allemaal voor je uit op volgorde. De eerste daar verdien ik zelf het meeste mee, let’s be honest, en voor de laatste verdien ik het minst. Maar ik laat je vrij om te kiezen! Zo kun je bestellen op een manier die jij fijn vindt en die bij jou past.

Bij mij

Je kunt het boek bij mij bestellen. Je zegt tegen mij dat je een exemplaar wilt en ik zet je op de reserveringslijst. Ik bestel de boeken bij mijn uitgever en jij kunt m dan persoonlijk bij mij kopen. Als je het leuk vindt, schrijf ik er wat liefs/leuks voor je in! Het kan soms even duren voordat ik je zie, dus je zal dan daarop moeten wachten.

Boekscout

Boekscout is mijn uitgever. Zij hebben een webshop waarin mijn boek te koop staat! Daar kun je ‘m bestellen en dan krijg je ‘m binnen een paar dagen thuisgestuurd. Zonder verzendkosten;)

Boekwinkel Roodbeen in Nijkerk

In de boekhandel in Nijkerk zullen ook een aantal exemplaren komen te liggen. Dit aantal is wel beperkt, dat heeft met investeringsrisico’s te maken. Lang, ingewikkeld verhaal dat ik jullie eventjes bespaar. Maar ik ga jullie al wel vast iets heeeeeeel leuks verklappen.. Binnenkort komt er een publicatiefeestje in de Roodbeen, ter ere van mijn boek. Wil jij daarbij zijn? Hou dan mijn blog en social media in de gaten!

Bol.com

Ik was stiekem wel een beetje trots toen ik ‘m op bol.com zag staan. Het voelt heel stoer eigenlijk, er staat gewoon iets van mij op bol.com! Bol is alleen zo groot dat je mijn boek alleen via de isbn kunt vinden. Die staat bij de boekinformatie onder aan dit artikel.

Winactie

Nu weet jij waar je mijn boek sowieso allemaal kunt vinden. Maar misschien is het voor jou helemaal niet nodig om ‘m te bestellen… Ik geef namelijk één exemplaar weg! Heb je al besteld? Dan kun je ‘m als je wint altijd nog weggeven aan een vriendin, als cadeautje!

Hoe kun je winnen?

Laat hieronder een commment achter waarom jij wilt winnen en deel dit berichtje van mij op Facebook. Let op, want ik check of je beide gedaan hebt!

Heel veel succes met meedoen! Ik ben benieuwd naar jullie reacties.
Liefs!

Just don’t forget, to wear a hat


Ik betaal de winactie zelf, deze is niet gesponsord. Je kunt meedoen tm 17 juni. Heel veel succes!

Titel: Luna
Auteur: Celine Prins
Categorie: Young Adult
Aantal pagina’s: 116
Geïllustreerd: Nee
Uitvoering/Formaat: Paperback 12,5 x 20 cm
Verschijningsdatum: 09-06-2017
ISBN: 978-94-0223-680-4 / 9789402236804
Vaste prijs: € 17,99

Het leven van een gek: Noodoproepen

2016-23-10-17-29-16

22. Noodoproepen

Zolang ik kalm blijf, kan ik dit. Zo ingewikkeld ziet het er niet uit. Ik moet gewoon even prutsen en morrelen, voordat ik het weet ben ik los. Hopelijk kijkt hij niet mee via één of andere camera. Plotseling krijg ik spontaan een kokhalsneiging, door die gore kotslucht die hier nog steeds hangt. Ik zie dat er een stukje ik-wil-niet-eens-weten-wat-dit-is in mijn haar hangt. Getver. Nog meer motivatie om hier los te komen. Ik begin met mijn rechterhand, die ligt het meeste in mijn zicht en begin eerst maar simpelweg heel hard eraan te trekken. Naast nogal wat pijn aan mijn hand, levert het vrijwel niks op. Maar een Torenberg geeft niet zomaar op, zei mijn vader altijd. Het voelt eeuwen geleden dat ik hem heb gezien. Na een tijdje prutsen en pulken merk ik dat het touw steeds losser gaat zitten. Dit kan ik! Nog meer prutsen. Nog een keer trekken. En dan ineens gebeurt het: ik ben los.

Oké dat klonk geweldiger dan de werkelijkheid. In werkelijkheid heb ik namelijk alleen maar mijn rechterhand los. Maar de adrenaline heeft zijn weg gevonden en nu twijfel ik niet meer. Als niemand mij kan bevrijden, dan doe ik het zelf wel. Nu is, voordat ik het weet, ook mijn linkerhand losgeschoten. Wat een sukkel, die gast kan mij niet eens goed vastbinden, denk ik triomfantelijk. Tijd voor mijn voeten. Ik probeer overeind te komen maar dat gaat moeilijker dan ik had gedacht. Ik heb natuurlijk amper energie doordat ik de laatste tijd niks heb gegeten. Ik doe nog een poging, maar nu doe ik wat rustiger aan. Dit gaat beter en nu kan ik bij mijn voeten komen. Nu ik beide handen weer heb is dit een eitje. Na een aantal minuten aan de touwen rommelen ben ik los en even ben ik heel erg trots op mezelf. Dan kokhals ik weer en deze keer moet ik ook echt overgeven. Nu kan het alleen met iets meer beleid, dus niet meer over mezelf heen, maar op de grond. Dit is zó smerig! Ik besluit mijn T-shirt uit te trekken. Dan maar kou lijden, ik zal het met mijn hemdje moeten doen. Ik kijk rond. Liggen mijn spullen hier toevallig nog? Ik probeer mijn teleurstelling te onderdrukken wanneer ik tot de conclusie kom dat ze er niet meer liggen. Waarom had ik dat ook eigenlijk verwacht? Natuurlijk legt hij geen Eerste Hulp Bij Ontsnappen kitje voor me klaar. Ik weet eigenlijk niet wat ik nu moet doen, voordat ik het weet zit hij me weer achterna. Zou hij dan 24/7 hier zitten? Nee toch? Vanuit mijn raam kan ik de oprit zien en dat brengt me op een slim idee. Zodra zijn auto weg is, is hij weg. En dan kan ik gaan. Ik besluit direct te kijken, zachtjes sluip ik naar het raam. Als hij er wel is en hij hoort me, dan ben ik er geweest. Het enige wat ik hoor is het harde bonken van mijn hart in mijn keel. Zou de auto er staan? Gespannen duw ik het oude, vale, gordijn weg en ik zie… niks. In geen velden of wegen is een auto te bekennen. Een diepe, opgeluchte zucht ontsnapt uit mijn mond. Dit is mijn kans. Ik voel opnieuw de adrenaline opkomen. Ik ga mijn tas zoeken en dan ga ik ervandoor. Surprise, sukkel!

Inmiddels ken ik de weg in dit oude, eenzame vakantiehuis. Ik weet waar ik moet zoeken, ik weet hoe ik weg moet komen. Mijn hart bonkt opnieuw in mijn keel terwijl ik de deur open. Het doet me denken aan de eerste keer dat ik de deur opende zonder te weten wat er achter die deur zat. Dit zal de laatste keer zijn, denk ik opgelucht. Hij krijgt me echt niet zomaar te pakken. Ik loop naar boven, de trap kraakt lichtjes, gelukkig bijna onhoorbaar. Misschien heeft hij mijn tas wel gewoon op dezelfde plek neergelegd. Zo stom is hij vast. Ik besluit eerst het slaapkamertje te bekijken omdat dat gewoon goed voelt. Wanneer ik de deur open, zie ik meteen dat dit een goede keuze is geweest. Een grijns komt direct op mijn gezicht. Hier ligt geen sporttas, maar nog iets veel beters. Hier ligt de telefoon. Ik twijfel geen seconde en toets het telefoonnummer van Emma in. Ik leef nog Emma, deze Franse Flamingo goes home! De telefoon gaat amper één keer over en dan heb ik Emma al aan de lijn. ‘Sara ben jij dat?’ Ik knik en er volgen een paar stille seconden. ‘Sara?’ klinkt het nu dringender, bezorgder. Dan realiseer ik me dat je knikken nou niet bepaalt hoort door een telefoon. ‘Ja! Ik ben het!’ zeg ik dan meteen.

‘Sara! Godzijdank.’ Haar stem hapert en dan hoor ik zachtjes gesnik aan de andere kant van de lijn. ‘Je leeft nog…’ zegt ze met een bibberstem. ‘Ik was zo bang dat je dood was…’ Nu wordt het snikken alleen maar heftiger en dan hoor ik ook een zwaardere stem op de achtergrond. Wie zou dat zijn? ‘Ik ben niet dood gek, ik ga ontsnappen,’ probeer ik haar gerust te stellen. Ik zeg het zo zelfverzekerd mogelijk, om haar niet nog bezorgder te maken. ‘Ik ben los en hij is weg. Ik kom eraan.’

‘Je bent los?!’ Emma’s stem slaat een beetje over. ‘Je zat dus vast?’

‘Ja…’ zeg ik zachtjes terwijl ik een blik op de rode striemen op mijn polsen werp. ‘Maar ik ben los. En ik vond de telefoon weer dus toen belde ik jou.’ Even blijft het stil aan de andere kant van de lijn. Dan hoor ik weer wat gemompel en gekraak. De stem die ik dan hoor, doet me bijna in tranen uitbarsten. ‘Sara… Ik was zo bezorgd om je…’ Die stem, is de stem van Mart. Mart, de laatste die ik zag voordat ik verdween. Tegen wie ik gelogen heb. Hij zou super boos op mij moeten zijn. Ik slik de brok in mijn keel weg en antwoord terwijl mijn stem zachtjes trilt: ‘Mart, het spijt me zo…’

‘Sara, ik wil dat je ophangt,’ zegt hij dan. Wat? ‘Bel 112, nu, voordat hij hierachter komt. Wij spreken je later. Zet hem op.’ Weer valt het kort stil. ‘Je kan het Saar. We houden van je,’ vervolgt Mart met dezelfde trillende stem die ik net had. Dan hangt hij op, voordat ik ook maar iets heb kunnen antwoorden. Ik staar een paar seconden voor me uit, om dan zonder twijfel het alarmnummer in te toetsen. Ik druk op de groene knop en hiermee gaat mijn reddingsplan pas écht van start. Ik ga hier weg. Dan schrik ik me wezenloos. Nee. Nee, nee, nee. Nog voordat de telefoon overgaat, hoor ik een auto aan komen rijden. ‘112 alarmcentrale, wilt u politie, brandweer of ambulance?’

‘Politie,’ antwoord ik snel met een paniekerige stem. Ik probeer naar buiten te kijken om te zien of hij al uitstapt. ‘In welke plaats?’ Ik weet niet waar ik ben. Shit. Hoe kunnen ze mij nu helpen als ik niet weet waar ik ben? ‘Weet ik niet…’ zeg ik. Ik kan wel janken. ‘Ik ben ontvoerd en hij komt er zo aan en da-’ Ik kom niet meer uit mijn woorden en begin te snikken. De vrouw aan de andere kant blijft rustig en vraagt mij hetzelfde te doen. ‘Heb je echt geen idee waar je bent? Heb je iets van de omgeving kunnen zien?’ Dat weet ik! Ik zit in het bos, in een verlaten vakantiehuisje die amper nog gebruikt wordt omdat de eigenaar te lui is om er überhaupt heen te gaan. Ik werp een blik op de auto, hij stapt nu uit. Dan stokt mijn adem in mijn keel. ‘Ik ben in een bos, in een vrijstaand vakantiehuis. Het is het enige huis in de omgeving en er loopt een groot, lang, recht pad naartoe.’ Dan hoor ik de deur dichtslaan en heb ik geen andere keuze dan de verbinding te verbreken. ‘Help me,’ fluister ik nog. Hopelijk kan ze hier genoeg mee. Ik kijk snel rond en zoek een mogelijkheid om me te verstoppen. Dan hoor ik snelle voetstappen de trap oplopen en ik verstijf. Het is al te laat. De deur zwaait open en ik sta oog in oog met mijn ontvoerder.

Het leven van een gek: Wanhoop, touwen en een hoop problemen

2016-29-9-13-29-15

21. Wanhoop, touwen en een hoop problemen

Wanneer ik wakker word, is het donker. Mijn hoofd bonkt en terwijl ik probeer op te staan, krijg ik een brandend gevoel in mijn polsen en enkels. Ik kom niet overeind. Ik zucht en blijf liggen. Wat heb ik nu weer gedaan? Ik ben misselijk en merk dat ik moet overgeven. Een enorme golf braaksel komt omhoog en wanneer ik van het bed wil komen, merk ik dat ik geen kant op kan. Ik kan het niet tegenhouden en het zurige spul komt vooral over mezelf, de vloer en het bed. Een smerige lucht verspreidt zich door de kamer. Waarom kan ik geen kant op? Ik doe nog een poging, totdat het pas tot mezelf doordringt. Ik ben geblinddoekt, vastgebonden en ik heb net overgegeven. Ik ben weer terug bij af. Een grote snik ontsnapt uit mijn mond en voordat ik het zelf doorheb, ben ik met gierende uithalen aan het huilen. Ik wil naar huis. Naar Emma, naar Mart. Dit is gemeen, zo hebben we het niet afgesproken. Ik moet iets doen maar ik zou niet weten wat. Ik zit vast en die gast houdt me nu waarschijnlijk vreselijk goed in de gaten. Zou hij me gaan vermoorden? Omdat ik dingen gezien heb? Omdat ik hém gezien heb? Ik ken hem, ik weet het zeker. Ik heb hem eerder gezien. Er is iets met deze man, met dit huisje en ik weet niet wat. Kom op Sara, denk na. Alsjeblieft, voor een keertje. Kom op, kom op. Maar het komt niet en op dat moment realiseer ik me dat het ook niet uitmaakt. Ik lig hier voorlopig toch nog vast.

Uren lig ik daar, zonder te weten of het nu donker of licht is en zonder eten of drinken. Ik heb het benauwd, deels door de kots maar ook door alle andere luchtjes die inmiddels in de kamer hangen. Van het leven hier is geen waardigheid meer over. Ik heb geprobeerd te gillen en te schreeuwen maar er kwam geen reactie behalve een schor gesnik uit mijn eigen keel. Wat ik ook doe, het gaat toch niet helpen. Er is niemand die me hoort, echt niemand. De stilte en ik zijn met elkaar opgesloten. Het is zo stil, dat ik begin na te denken over van alles en nog wat van mijn leven en dan realiseer ik me dat ik liever naar Frankrijk ga dan dat ik hier nog tijden lig. Hoe zou het zijn in Frankrijk? Zonder Emma, zonder Mart. Allemaal nieuwe Franse vrienden maken die alleen maar van stokbrood houden. En van Franse muziek. Emma en ik haten Franse muziek. Ik moet zachtjes grinniken wanneer ik Emma’s gezicht voor me zie terwijl ze Franse muziek hoort in een winkel. Ik merk dat het helpt om aan leuke dingen te denken, dus ik denk aan Emma, aan Mart en alle anderen. Aan alle grappige acties. Ik zie ons weer staan, allemaal onder het cupcake beslag. Emma’s imitatie van een Franse flamingo. Ik lach en huil tegelijkertijd. Emma ik die samen bij de Koning zitten terwijl de rest van onze vriendengroep tegen het raam in de deur staat aangedrukt. Dankzij al die herinneringen word ik langzaam toch een beetje rustig en worden mijn ogen zwaar. Ik geef over aan de slaap die mij meeneemt naar andere werelden.

De volgende keer dat ik wakker word weet ik zeker dat ik voetstappen hoor. Echt. Ik schiet overeind, realiseer me dan pas dat dat niet kan en met een enorme pijn in mijn polsen en een klein gilletje val ik direct weer neer. Ik voel dat de paniek op komt zetten. Die blinddoek moet af, ik word gek. Ik beweeg mijn hoofd heen en weer over het matras en voel dat de doek begint te rollen. Dit gaat, realiseer ik me. Ik doe het opnieuw en opnieuw terwijl ik mijn bonkende hoofd en brandende polsen negeer. Er komt een streepje fel licht naar binnen. Ik zie iets! Het motiveert me om het nog een keer te proberen, nog een keer. Er komt steeds meer beweging in. Met een laatste pijnlijke kreet rolt de doek voor mijn ogen weg. Eerst knijp ik ze dicht voor het felle licht, maar langzaam lijken ze eraan te wennen. Ik lig nog steeds in dezelfde kamer als altijd. Ik kijk naar mijn polsen. Ze zijn vuurrood en zitten met een simpel touw vast. Ik had het gevoel dat ik veel strakker zat vastgebonden dan dit. Ik ben de voetstappen alweer vergeten, het enige waar ik aan kan denken is het losmaken van die touwen. Want dat moet lukken.

Het leven van een gek: Sleutels

2016-25-8--15-13-40

20. Sleutels

Ik ben die chips zó zat! Maar mijn maag knort vreselijk, dus met tegenzin open ik een nieuwe zak Nibbits. Met lange tanden eet ik er een paar en spoel ik ze weg met wat water. In mijn sporttas zat een flesje water, dus nu hoef ik daarvoor niet steeds naar de keuken te rennen, met m’n lamp. Heel fijn. Chips vult niet en ondanks dat je zou zeggen dat je enorm dik wordt als je alleen maar chips eet, zag ik dat ik dunner was geworden toen ik in de spiegel in de badkamer keek. Maar dat is niet mijn grootste probleem. Ik moet die telefoon opnieuw vinden. En Emma bellen, ik heb afgelopen nacht een heel plan bedacht. Zachtjes sluip ik mijn kamer uit want ik heb simpelweg geen zin meer om nog langer te wachten. Ik zou ook niet weten waarom ik langer zou wachten, eigenlijk. De lamp gaat nog steeds altijd mee en mijn sporttas ook. Ik besluit dat ik snel moet handelen, niet te langzaam lopen. Ik ga gewoon direct naar m’n doel, de telefoon. Emma bellen, plan B bespreken.  Voor je het weet ziet hij waar ik mee bezig ben en heeft hij het plan door. Het laatste wat ik wil is hém tegenkomen. Echt, ik eet nog liever een week lang chips dan dat ik die gast tegen moet komen. En aangezien niemand mij komt redden, moet ik mezelf maar redden. En toevallig ben ik daar heel goed in. Oké, misschien niet helemaal. Maar dat komt wel! Ik kom hier heus wel weg. Toch? Inmiddels ben ik bij de bewuste kamer. Ik besluit de rest van de verdieping niet te controleren, zoveel kan er niet gebeuren. Ik moet gewoon die telefoon pakken en Emma bellen, dat is het belangrijkste. Ik loop de kamer in, met mijn ogen zoek ik de telefoon. Waar is dat ding? Gisteren stond hij er nog, maar nu is hij toch echt weg. Ik tuur de hele kamer rond maar nergens is een telefoon te bekennen. Nergens. Ik zucht en laat mezelf op het bed vallen. Heel leuk dit. Hoe kom ik hier nu ooit weg? Dit is gemeen. Gemeen. Gemeen. Gemeen. Dan valt mijn oog op zo’n zelfde kaart als die met de champagne. Gestoken tussen de rand van het bed en de zijkant van de matras, waar ik op zit. Een ongerust onderbuikgevoel komt opzetten. Dit was duidelijk voor mij bedoeld. Langzaam strekt mijn hand zich uit naar de kaart. Wanneer ik hem te pakken heb, vouw ik de kaart open. Deze keer stond er “Hallo!” op de voorkant en wederom, was het handschrift in de binnenkant nogal slordig, net leesbaar.

Lieve Sara,

Kennelijk voel je je al helemaal thuis. Inmiddels heb je vrijwel alle kamers wel bekeken, mooi zijn ze hè? Ik keek naar je toen je uit het kamertje kwam. Toen je belde. Mis je iedereen zo? Ze missen jou ook. Sinds vrijdag ben je weg, nu is het dinsdag! Tijd gaat snel, wanneer je het leuk hebt. Wat ben je mooi. Maak het jezelf gemakkelijk. Zo snel kom je hier niet weg. Als jij het mij ongemakkelijk maakt, moet ik maatregelen nemen die ik liever niet neem, weet je. Zoals dat ik die telefoon weg moest halen. Ik hou je op de hoogte. Ze zoeken je. Ik ben de enige die weet waar je bent, niemand die je hoort, niemand die je helpt. Geniet van je rust!

Ik zie je altijd.

De inhoud leek voor een groot deel op dat van de vorige, maar het maakt mij nog net zo bang als de vorige keer. Hij ziet me dus écht altijd. Hoe dan? Hoe? Ik wil hier weg. Ik besluit alsnog alle kamers te controleren. Dat ik hém dan misschien tegenkom, kan me niks meer schelen. Dan kan ik hem mooi de waarheid vertellen! Kwaad loop ik naar de volgende deur, terwijl ik de brief in tientallen stukjes aan het scheuren ben. Hij moet me gewoon laten gaan! De hele situatie maakt mij ineens superkwaad. Ik smijt de deur open, kijk in het rond. De fotokamer, de kamer met alle informatie over mij. Mijn ogen glijden over alle selfies, notitieblaadjes en andere dingen terwijl mijn blik steeds troebeler wordt door de tranen die in mijn ogen prikken. Dan zie ik een sleutelbos liggen. Dat kan ik wel gebruiken! Ik pak hem zonder na te denken van het bureau. Vervolgens valt mijn oog op een klein halfrond balletje, die op het dak zit geplakt, direct naast de deur. Net een oog. Een camera! Hij houdt gewoon alles in de gaten met die klotecamera’s! Zonder mijn acties te overwegen, sla ik met de achterkant van de lamp, keihard op de camera. Nog een keer, nog een keer. Totdat ‘ie springt en er een regen van kleine glasstukjes naar beneden valt. Zo. Die is kapot, nummer 1. Ik kijk of er nog meer camera’s hier zitten, maar ik zie niks. Snel prop ik de sleutelbos in mijn sporttas. Nog een keer kijk ik de kamer rond. Ik begin alles van de muren af te trekken, van het bureau af te slaan, te verkreukelen, versnipperen en ik ga erop stampen. Eén foto, een selfie van mij en m’n vrienden, die bewaar ik. Ook die gaat in mijn sporttas. Ontsnappen. Ik kan ontsnappen! Ik loop vlug en zachtjes naar beneden, waar ik mijn waterfles opnieuw vul en een zak chips wil pakken, omdat ik niet weet hoelang het duurt voordat ik thuis ben. Maar wanneer ik de kast open, is alle chips weg. Is dit zijn wraak? Ik open alle andere deurtjes, misschien vergis ik me gewoon. Brood! Er is nu een kast vol met brood! Wit en volkorenbrood. Waarom? Ik besluit dat ik niet veel tijd heb om er over na te denken, dus ik prop een compleet witbrood in mijn sporttas, samen met mijn waterfles. Dan zie ik ook hier een camera hangen.  Meteen ram ik erop los met mijn lamp, tot ook deze camera het begeeft. Nu is het écht tijd om te gaan hier. Maar waar is een deur? Waar kan ik eruit? Ineens herinner ik het me. De deur met het slot en de knop. Dat is geen schoonmaakkast. Geen ontvoerdershol. Dat daar, is mijn uitgang. Als een bezetene ren ik er naartoe, om alle sleutels uit te proberen. Bij de derde is het raak, ik draai hem om en de deur gaat open. Fel zonlicht schijnt me tegemoet. Ik ben vrij! Ondanks dat ik amper wat zie, begin ik te rennen. Te rennen, rennen, rennen. Ik moet weg hier. Het is inderdaad een vakantiehuisje, midden in een bos, met een groot recht pad dat van het huisje wegloopt. Had Twan niet ook zo’n vakantiehuisje? Ik besluit mijn tempo iets te verlagen, mijn conditie is behoorlijk achteruitgegaan en zoveel voedingsstoffen heb ik ook niet. Ik verstijf, wanneer een hand mijn schouder stevig vastpakt en me omdraait. Een man kijkt me woest aan. Hij hijgt zwaar. ‘Moet dit nu echt zo, Sara?’ Die stem komt me eng bekend voor, net als het gezicht, maar voordat ik kan verzinnen waarvan, wordt er opnieuw iets tegen mijn gezicht gedrukt. Ik probeer mezelf los te maken van zijn greep, te schoppen, slaan, duwen. Maar hij houdt mij alleen maar steviger vast en ik voel, dat ik weer wegval. ‘Eikel,’ sis ik nog. Dan wordt alles weer zwart voor mijn ogen.

Het leven van een gek: Ventilatie, trappen en een telefoon

2016-17-7--20-01-49

19. Ventilatie, roltrappen en een telefoon

Slapen, wakker worden, slapen, wakker worden. En af en toe een zak chips pakken en leegeten als ik honger heb, de voorraad begint al behoorlijk slinken. Water en chips is echt het enige wat ik binnenkrijg. Ik heb nog niet naar een wc durven zoeken, dat doe ik steeds in een emmer die in het hoekje van de kamer staat. Maar inmiddels stonk ‘ie te erg, dus die heb ik uit het raam gekukeld. Hij paste er precies doorheen. Inmiddels is het opnieuw nacht, ik heb geen idee hoe laat. Maar ik moet naar de wc en ik heb geen emmer meer. Waarom heb ik die wc nou niet eerder gezocht? Nu moet ik in het donker, met iemand die constant over mijn schouder meekijkt, naar de wc. En ik kan het echt niet meer ophouden. Ik besluit dus maar op zoek te gaan, maar niet zonder mijn lamp. Hij werkt niet, maar ik kan er nog steeds prima mee slaan en als het nodig is, dan doe ik dat ook zonder pardon. Of ik raak sla is een ander verhaal. Ik schuifel richting de deur, muisstil. Af en toe voel ik me wat duizelig en bibberig, maar dat maakt niks uit. In het hele huis is geen geluid te horen, behalve het geluid dat ik zelf maak. Welke deur was die van de kamer? Oké, de linker. Er is nog een deur over, en een trap. Als ik een wc was, waar zou ik dan zijn? In een badkamer, natuurlijk. En daar zit een ventilatiesysteem. Dus ik zou het moeten kunnen zien, mits het niet zo donker zou zijn. Ik heb dus niks aan mijn geniale theorie. Dan maar gewoon proberen. Misschien heb ik net zoveel geluk als de vorige keer. Terwijl ik verder schuifel, ontdek ik nóg een deur, die mij mijn vorige tocht helemaal niet was opgevallen. Hij heeft alleen een knop, geen klink en wanneer ik eraan duw en trek, blijkt hij op slot te zitten. Om mezelf niet nog banger wil maken, ga ik er vanuit dat dat zo’n schoonmaakkast of meterkast is, en geen eng ontvoerdershol ofzo. De andere deur gaat wel open. Zou er een lichtknop zijn, ergens? Ik tast de wand af met mijn handen. Ja, daar voelde ik een knop. Ik druk erop, maar de herrie die volgt is niet te omschrijven. Het ventilatiesysteem, die ik net nog zo handig vond, begint nu te loeien. Oh, shit. Shit shit shit shit. Ik druk nog tien keer op het knopje, maar het geluid houdt niet op. Wat nu? Ik loop even helemaal vast. Als versteend sta ik in de kamer, die nu dus duidelijk een badkamer is. Ik krijg buikpijn van de spanning. Wacht even, volgens mij is het niet van de spanning, maar omdat ik nog steeds echt kei-nodig naar de wc moet. Dat wint het dan ook van mijn paniek, dus nu zoek ik fanatiek de wand af naar een lichtknop. Daar, eindelijk! Een klein, zoemend, gelig peertje verspreidt een gedimd licht in de badkamer. Een kleine douche wordt zichtbaar, met daarnaast een toilet. Er staat ook een smal wastafeltje met een kraan, met erboven een spiegel. Ik kijk erin en schrik van m’n eigen gelaat, dun en grauw. Mijn haar hangt in vette sliertjes langs mijn gezicht, maar douchen hier, dat durf ik echt niet. Een grote ruimte is het niet en het is er ook niet bepaald schoon. Maar als je nodig moet, is het goed genoeg. Ik ga dan ook snel naar de wc, nog steeds onder het gezoem van de ventilatie. Ik schrok me echt een ongeluk toen dat ding aanging. Wat een rotplek is het hier. Ik wil naar huis.. Ik besluit ook nog wat te drinken uit het kraantje, om dan weer te gaan. Gewapend met mijn lamp, ga ik weer onderweg naar mijn eigen kamer. Ik kom gelukkig niemand tegen, maar dan is er opnieuw een geluid dat me stokstijf stil laat staan. Het komt bij de deur met de knop vandaan. Lieve help, wat zit daar nu weer? Of beter gezegd, wie? Misschien moet ik er maar gewoon niet over na denken. Ik heb gewoon niks gehoord. He-le-maal niks. Maar als ik het opnieuw hoor, weet ik wel zeker dat er iemand zit. In een opwelling ren ik naar boven, de trap op. Als ik boven ben, kan ik mezelf wel voor m’n kop slaan. Ik heb mezelf gestoten, wat natuurlijk niet zo gek is in het donker, maar bovendien zal ik nog steeds langs de kamer moeten, wil ik bij mijn eigen komen. Ik ben echt zó stom af en toe! Waarom rende ik niet gewoon naar m’n eigen kamer? Als ik een beetje ben bijgekomen en me realiseer dat het echt stil is, verzin ik ook dat nu ik hier toch ben, ik meteen mooi even de boel kan onderzoeken. Wie weet wat ik vind. Ondertussen begint het alweer wat lichter te worden. Hoe laat zou het zijn? Half vijf? Ik zou het niet weten. Op de bovenverdieping zijn drie deuren. Welke zal ik eerst nemen? Nu ik weet, nou ja, vermoed, waar mijn “oppas” bivakkeert, hoef ik minder bang te zijn om de deuren hier te openen. Ik besluit ze gewoon op volgorde af te gaan. De eerste kamer, is heel gewoon. Er staat een bed en een kast, meer niet. Ik open de kast, maar die is leeg. Er hangt wel een kledinghanger in, van dat ijzer dat je kunt buigen. Ik zie er een potentieel wapen in, dus ik besluit het mee te nemen. Nu heb ik dus een lamp én een vervormd stuk ijzer. Ik word er echt gevaarlijker op, Emma zou trots op me zijn. Goed, volgende kamer dan maar. Als ik die opendoe, valt mijn mond open van verbazing.

De hele kamer is bezaaid met foto’s, notities, kaartjes, routekaarten en nog veel meer van dat soort rotzooi. Hallo, ik ben toch niet in een film beland ofzo? Foto’s van mij, van vriendinnen, selfies… Hoe komt hij daaraan? Notitieblaadjes met mijn favoriete eten, drinken en allemaal informatie die alleen m’n beste vrienden zouden moeten weten. Hoe komt hij aan al die informatie? Ik moet hier weg, en snel. Op het moment dat ik me om wil draaien, valt mijn oog op een hoopje in de hoek. Er ligt een doek overheen. Ik trek de doek eraf. Daar ligt mijn sporttas! Ik kan wel in de lucht springen. Snel pak ik hem mee en moffel ik de doek weer tot een hoopje. Dan loop ik naar de laatste kamer. Die ziet er weer heel gewoon uit.  Een beetje hetzelfde als de eerste. Bed, kast, nachtkastje, vaste telefoon. Nachtlampje, stoel. Ik ga op het bed zitten, om de inhoud van mijn sporttas te bekijken. Heb ik alles nog? Mijn telefoon zat erin, Ollie de Onbekende Ontvoerder, een pen en nog wat troepjes. Eigenlijk zit alles er nog in, behalve mijn telefoon. Lekker dan.. Nu kan ik nog Emma niet bellen. Maar wacht eens even. Ik kijk naar het nachtkastje. Natuurlijk! Daar staat gewoon een telefoon. Ik voel mezelf geniaal, ook omdat ik het telefoonnummer van Emma uit mijn hoofd ken. Ik twijfel geen seconde en bel Emma. Ik kruis mijn vingers, in de hoop dat ze opneemt op dit tijdstip. Dit is wel mijn enige kans… “Hallo?” hoor ik slaperig aan de andere kant van de lijn. Emma! Ik kan wel huilen van blijheid. ‘Emma…,’ zeg ik zachtjes. ‘Ik ben het, Sara.’

“Sara!” gilt Emma. “Sara, alles goed met je? Waar zit je? Waarom heb je niet gebeld? Je bent al sinds vrijdag weg en niemand heeft wat van je gehoord…” Ze begint zachtjes te snikken. “Ik maakte me zo’n zorgen…” Ik weet niet eens welke dag het nu is, eigenlijk.

‘Ik ben mijn telefoon kwijt Em…,’ zucht ik. ‘Het gaat totaal niet volgens plan. Ik wil hier weg, help me…’ En ook ik ben weer lekker aan het huilen.

“Oh shit… Wat nu? Krijg je eten en drinken? Is er wel een wc enzo? Straks gaat ‘ie je vermoorden!” roept ze allemaal achter elkaar.’
’t Is oké, Em.. ik heb wapens en ik vond deze vaste telefoon. Maar ik heb geen idee waar ik ben en hoe ik hier wegkom.’ Ik vertel haar maar niet over het feit dat ik alleen maar chips en water krijg en dat de situatie eigenlijk wel iets erger is. “Sara, wat er ook gebeurt hè? Je bent echt mijn beste vriendin die ook ooit heb gehad. Ik mis je vreselijk en ik ga er alles aan doen om je weer thuis te krijgen. Oké?” vervolgt ze snikkend. Dan hoor ik een dof geluid, gevolgd door een tweede. Shit, ik moet hier echt weg. ‘Emma, ik hoor iets. Of iemand. Ik moet gaan, maar ik bel je snel weer. Je bent m’n allerbeste vriendin en doe iedereen de groetjes en een sorry van me. Tot snel Emma.’ Ik maak een kusgeluidje. Emma begint alleen maar harder te huilen. “Doeg Saar,” zegt ze met afgeknepen stem. Dan hang ik op en zorg ik dat ik zo snel mogelijk in mijn kamer kom, mijn veilige haven. Binnenkort ga ik weer terug.

Ik ben nu op vakantie, maar binnenkort komt ook het volgende hoofdstuk online, zoals beloofd! Het internet hier is niet helemaal super :/

Liefs!

Just don’t forget, to wear a hat

Het leven van een gek: Veranderde plannen en een dodelijke deur

2016-25-6--11-11-40

17. Veranderde plannen en een dodelijke deur

Het sporttasje met noodzakelijkheden, bengelt over mijn rug. Langzaam sluit ik de deur, alsof ik er een beetje afscheid van ga nemen. ‘Ik kom snel weer terug,’ fluister ik. Dan trek ik de deur definitief dicht. Het plan herhaal ik constant in mijn hoofd, en de tijd hou ik in de gaten. Ik ga nooit ergens te voet heen, dus nu ook niet. Mijn fiets hangt al eenzaam klaar tegen de lantaarnpaal. Die mik ik zo in wat struikjes. Niemand wil dat ding hebben, dus na die tijd haal ik hem gewoon weer op. Ik stap op en fiets een eind weg van mijn huis. Vijf minuten later besluit ik dat ik het nu wel ver genoeg vind, en ik stap af. Hoe ga ik dit ding met beleid in de struikjes dumpen? Dan voel ik dat er ineens iemand op mijn schouder tikt. Ik draai me om en op dat moment wordt er iets in m’n gezicht geduwd en raak in paniek. Wat is dit? Ik krijg geen kans om er over na te denken, want op dat moment wordt alles zwart voor mijn ogen.

Wanneer ik overeind probeer te komen, draait alles. Ik wankel even en val direct weer terug op het matras. ‘Waar ben ik eigenlijk?’ mompel ik zachtjes tegen mezelf. Mijn stem klinkt gek, alsof ik teveel gedronken heb en ik giechel, wat uitloopt in een kreun. Mijn hoofd bonkt, en wanneer ik het aanraak, voel ik een bult. Niet goed. Echt. Niet. Goed. Wat heb ik nu weer uitgespookt? Langzaam ga ik overeind zitten en kijk ik om me heen. Net zo langzaam komt er bovendrijven wat er is gebeurd.  Oh help. Ik kreun opnieuw. Volgens mij heeft Mart gelijk. Volgens mij ben ik ontvoerd en gaat het niet volgens plan. Ik kijk rond en realiseer me dat ik zit op een bed in één of ander oud, vies kamertje, net alsof je in een veel te goedkoop vakantiehuisje zit. Links van de kamer zit een deur, die waarschijnlijk naar een hal leidt. Aan de rechterkant zit een raam, nu bedekt met een oud, vaal gordijn. Het bed staat verticaal tegen de wand en kraakt en piept aan alle kanten. Wat een prutontvoering. Wedden dat ze me vinden in een dag? Ik voel me inmiddels al wat beter dan net en besluit mijn tas te zoeken. Ik bedoel, die had ik expres meegenomen. Terwijl ik mezelf omhoog duw, word ik alsnog een beetje licht in mijn hoofd. Achja, daar kan ik mee lopen, vind ik zelf. Een beetje draaierig hobbel ik door het kamertje. Mijn tas zie ik alleen nergens. Shit. Ik kijk overal, alsof ik in één of andere slechte detectiveserie zit waarbij de detective op onderzoek uit gaat. Maar mijn tas is er echt niet. Net zoals mijn telefoon. En Ollie de onbekende Ontvoerder. Hoe moet ik Emma nu ooit nog op de hoogte gaan houden van alles wat hier gebeurd? Mart zal wel kwaad op me zijn. Voor de zoveelste keer. Kan ik ook dingen goed doen? Ik ben nu helemaal op mezelf aangewezen. Ik zal nu zelf moeten uitvogelen hoe ik hieruit ga ontsnappen en mijn spullen terugkrijg. Oh help, dat kan ik toch helemaal niet? Dan schalt ineens Emma’s stem door mijn hoofd. “Gek! Doe wat! Hier staan als een zombie heeft dus zeg maar echt geen zin.” Zulke “Emma-momentjes” heb ik wel vaker, net alsof Em er zelf bij is. En daar moet ik het dan maar mee doen de komende dagen. Hoelang zou ik hier al zitten? En met wie? Ik besluit eerst weer even te gaan liggen, want mijn hoofd bonkt alsof je er met tien hamers op slaat terwijl er een orkest naast staat die volledig uit de maat speelt. Ik laat mezelf op het bed vallen, wat meteen protesteert met luid gepiep en gekraak. Dan sluit ik mijn ogen. Moet kunnen toch? Straks ga ik even op onderzoek uit.

Ik ben ontvoerd. Net drong het nog niet tot me door, maar nu is die informatie keihard binnengekomen. Ik zit hier vast, door een onbekende die mij van alles aan kan gaan doen. Misschien ga ik wel dood. Kom ik hier nooit meer vandaan. Zie ik mijn ouders nooit meer. Geen Emma. Nooit meer sorry kunnen zeggen tegen Mart. Ik merk dat ik vecht tegen mijn eigen tranen. Niet huilen Saar, alles komt goed. Wat wil die gast van mij? Waarom ben ik hier, heb ik mijn spullen niet… Het is donker, realiseer ik me nu. Ik zit met mijn rug tegen de muur en dan laat ik mijn tranen de vrije loop. Er is toch niemand die het ziet. Niemand. Ik ben hier helemaal alleen. Angst kruipt in mijn hoofd en ik ben bang. Bang, omdat ik niet weet waar ik ben. Omdat er niemand is die mij kan helpen en er alleen iemand is die mij kan vermoorden. Ik ga dood… Opnieuw begin ik met zachtjes huilen. Druppels vallen op het matras en vormen bijna een patroontje. Een streep maanlicht valt nog net naar binnen, het glinstert op de poot van het kraakbed. Ik moet hier weg, maar hoe? Hoe kom ik hier vandaan? Ik weet niet waar ik ben, waar ik heen moet… Mijn wirwar aan gedachten wordt plotseling onderbroken door een knor. Ik schrik, maar realiseer me dan dat het mijn eigen maag is. Hoe lang is het wel niet geleden dat ik heb gegeten? Mijn mond is ook droog. Is dit het? Ga ik hier nu verhongeren? Dan zie ik de deur. Misschien is die wel gewoon open! Eigenlijk wil ik niet opstaan, ik durf niet. Hier, op het bed, is de veilige plek. Maar ik moet wat doen. Dood ga ik toch al. Ik kan er nu beter alles aan doen om weg te komen, want eigenlijk wil niemand hier dood gevonden worden. Ik sta zachtjes op, om mijn bed zo min mogelijk te laten kraken. Behalve die streep licht valt er amper wat te zien in deze kamer, dus op de tast baan ik mezelf een weg naar de deur. Wie weet wat daar achter zit. Ik besluit mijn kansen op te delen in twee opties. Optie 1: Er zit een hal, waar ik gewoon rond kan lopen en op zijn minst óf eten, óf mijn tas vind. Optie 2: Aan de andere kant van de deur zit iemand, en zodra ik de deur open doe, vermoordt hij me. Optie 1. Eten. Optie 2. Dood. Met dat in mijn hoofd leg ik mijn hand op de klink. Daar gaan we dan. Zachtjes open ik de deur.