De uitslag van de winactie!

Winactie

Jaaaa, vanmiddag was het eindelijk zover. Ik maakte een video waarin ik de uitslag van mijn winactie bekend maakte. Het was natuurlijk super spannend, uiteindelijk deden er zestien mensen mee en heb ik er ééntje uitgeloot! Kijk je mee wie het is geworden?

 

 

Van harte gefeliciteerd! Ik neem contact met je op. Ik vind het superleuk dat jullie allemaal hebben meegedaan aan mijn winactie. Wil je toch nog mijn boek bestellen? In dit artikel lees je hoe!

Wil je nóg meer weten over mij en over mijn boek? Kom dan 30 juni naar mijn publicatiefeestje in de Roodbeen in Nijkerk. Ik ga signeren, lees een stuk voor en er is een klein interview! Je krijgt tijdens het feestje wat drinken en een zelfgebakken Luna-koekje. Wanneer je weggaat krijg je ook nog een leuke goodiebag mee. Komen dus!

LUNA PARY

Ik heb nu alle boeken binnen, dus als je er al eentje bij mij besteld hebt, dan kan ik ‘m waarschijnlijk deze week al aan je geven!

Liefs!

Just don’t forget, to wear a hat

Dit zegt Granny!

Granny

Ik zit bij een hele gezellige jeugdvereniging van mijn kerk en af en toe doen wij eens wat anders dan normaal. Deze keer zouden wij een ontmoeting hebben met de “oudjes” in de kerk. Alle oudere mensen werden uitgenodigd om een gezellig avondje met ons -de beruchte jeugd, jongeren van zestien tot twintig jaar- te ”chillen”. Die uitnodiging namen ze hartelijk in ontvangst en ik kreeg zelfs de kans om iemand te interviewen! Lees mee in verhalen van vroeger en krijg superfijne tips van oma…

Een borrel bessenjenever, dat is het favoriete drankje van Anneke Siccama. “Nee, frisdrank is niks voor mij,” zegt de oude dame lachend. Inmiddels heeft ze de prachtige leeftijd van 87 bereikt en daar is ze trots op. Ook heeft ze een fijne familie om zich heen: “3 kinderen, 10 kleinkinderen en 1 aangenomen kleinkind,” vertelt ze mij met een glimlach. Ze is dan wel oud, maar zeker niet ongelukkig. Opgewekt doet ze mij haar verhaal, terwijl ik haar vraag naar allemaal niet te vermijden onderwerpen wanneer het over jongeren gaat. Als ik over haar eigen jeugd begin, vertelt ze een mooi verhaal: “Op de lagere school had ik eens een krijtje gestolen,” begon ze. “Ook al was het maar een klein krijtje van de juf, ik had het wel gestólen. Ik was nog maar een jaar of zeven, acht misschien. Echt nog niet heel oud. Maar ik voelde me zó vreselijk schuldig! Ik hield het niet meer, want stelen mocht echt niet. ’s Avonds ben ik naar buiten geglipt en heb ik het krijtje teruggebracht. Het was al hartstikke donker buiten, maar gelukkig was de school nog open. Ik was zo opgelucht toen het weer op zijn plek lag!”

Het was niet haar enige herinnering aan haar tijd op de lagere school. Toen ik begon over de kledingstijl onder de jongeren anno nu, wist ze nog wat te vertellen. “Leraressen mochten op school geen broek aan. Altijd moesten ze een rok dragen. Gek hé, dat zo’n broek dan nu helemaal normaal is.”
Wanneer juffen altijd een rok aan hebben gehad, dan kan ik niets anders dan toegeven dat de overgang naar broeken met gaten erin wel heel groot is. “Vreselijk vind ik dat,” zegt Anneke daarover. “Ik vind het zo armoedig!” Ook is ze blij met de nieuwe trends die opkomen in de mode. Lange, flared jeans en oversized kleding. “Dat is veel langer, dat vind ik veel fijner. Al dat blote overal, dat vind ik maar niks.” De flared jeans vindt ze dus daarentegen heel mooi, het is dan ook een trend die terugkomt van vroeger. Voor Anneke herleven de tijden van fashion, terwijl dit voor mij de eerste keer dat ik deze trend op straat zie.

2017-18-5--20-52-11

Ik maakte een selfie met Anneke en haar man

 

Ik vroeg Anneke naar haar gouden tip voor ons. “Rust, reinheid en regelmaat,” zegt ze zonder twijfel. “Ik weet het, die zeggen ze wel vaker. Maar het is écht waar! Ontzettend belangrijk. Het speelt overal een rol in.” Zelf neemt ze haar rust door te schilderen, vooral landschappen schilderen vind ze heel leuk. Of vogels. “Alleen mijn hand trilt steeds meer, dus eigenlijk kan ik het nu niet meer goed. Dat is wel jammer.”
Dan maar over op de digitale media, wat vindt Anneke daarvan? Vooral van “Whats-up”, de grote communicatie-app Whatsapp, is ze zeker niet slecht te spreken. “Het is geweldig dat je zo kunt praten, het is zo makkelijk. Vroeger schreven we elkaar brieven of moest het wachten tot de volgende dag op school. Als we geluk hadden, konden we eventjes bellen met de telefoon.” Ook de komst van de webcam vindt ze eigenlijk best fijn. “We hebben een laptop thuis, en door de webcam kan ik kinderen en kleinkinderen zien die ver weg wonen.” Ondanks dit is ze minder enthousiast over het mobiele telefoongebruik van jongeren.Die telefoons zijn heel erg gevaarlijk eigenlijk. Er komt heel veel op jongeren af en zo’n telefoon versterkt dat alleen maar.” Toch is ze zelf de eigenares van de Iphone 3, ze kan er niet meer mee Whats’Appen, desondanks laat ze mij trots zien wat ze er allemaal mee kan. Foto’s maken, bijvoorbeeld. Ze laat een aantal foto’s van familie zien en vervolgens maakt ze een foto van mij.
“Leuk,” zegt ze met een glimlach.
Ze stopt het apparaatje weer weg. Anneke zoekt haar sociale contact niet via haar telefoon, maar toch is zij één van de ouderen die niet eenzaam is. Ze heeft veel contact met anderen, vooral via haar fitness- en sportclubje. “Bij Nautilus zit ik op seniorenfitness. En daarnaast zit ik ook nog op een sportclubje onder begeleiding van een fysio. Maar dat is ook heel gezellig hoor,” grinnikt ze. Na afloop drinkt ze, met de andere ouderen, gezellig een kopje koffie. “Ja, daar doen we veel contacten op. Dat vind ik heel fijn.” En hoe vindt ze het hier dan, tussen alle jongeren? Anneke lacht. “Ik vond het heel erg gezellig, ik zal je nog eens groeten in de kerk.”

Tot slot vraag ik haar om nog één laatste tip: “Begin je dag met God,” zegt ze daarop. “En vraag een zegen voor je dag.” Het was nu wel echt tijd voor Anneke om te vertrekken- inmiddels was het alweer laat. Samen met haar man zegt ze mij gedag, de man waarmee ze vorige week zondag haar huwelijksjubileum mee mocht vieren. Is dat niet prachtig?

Het leven van een gek: Ollie, Emma en de chagrijnige baliedame

2017-31-1-21-56-26

Yes, eindelijk weer een nieuw deel! I hope you’ll enjoy!

25. Ollie, Emma en de chagrijnige baliedame

Het tetterende geluid van de tv is niet te missen, maar mijn moeder is toch op zolder en daarom vind ik dat ik de televisie niet in het geluid hoef te beperken. Ik lig onderuitgezakt op de bank, een joggingbroek en een hoodie maken het plaatje compleet. Alleen de zak chips ontbreekt, maar daar heb ik voorlopig dan ook geen zin in. Ik vind het niet meer lekker, door alle ervaringen van afgelopen tijd die er onlosmakelijk mee verbonden zijn. Ik sluit mijn ogen en word me bewust van de bonkende pijn in mijn hoofd. Misschien is dat harde geluid niet zo’n heel goed idee, dus ik besluit het geluid even iets terug te draaien. Het gaat waarschijnlijk nog wel even duren voordat mijn hersenschudding helemaal over is, maar gelukkig valt het mee. Straks komt Emma, dat had ze beloofd en ik kijk er naar uit. Het is zaterdag en over drie weken gaan we verhuizen. Mijn ouders en ik hebben er niet meer over gepraat sinds ik terug ben, maar de plannen van Emma en mij zijn rijp voor de prullenbak.
Overal in het huis staan half ingepakte dozen, alsof ze alles een beetje tegelijkertijd aan het aanrommelen zijn hier.
Mijn kamer is nog helemaal in tact, net alsof ik niet weg ben geweest. Het gaf me een fijn gevoel toen ik gisteren thuis kwam. Zelfs mijn fiets hebben ze teruggevonden, het ding stond weer op zijn vertrouwde plek in de tuin toen ik terug kwam. Ik ben een week weggeweest, is mij verteld. Mijn eigen gevoel voor tijd was verdwenen, de ambulancebroeders hadden me dan ook bezorgd aangekeken toen ik het vroeg.  Wanneer het geluid van de televisie tot een nihil niveau wordt beperkt, merk ik pas dat mijn moeder weer beneden is en ik schrik op.
‘Sara,’ verzucht mijn moeder. ‘Als jij snel wilt opknappen van die hersenschudding, kun je die televisie beter helemaal uithouden. Zijn er geen andere manieren om afleiding te zoeken?’ Ze glimlacht en gaat rustig naast mij zitten. Ik haal mijn schouders op ten teken dat ik eigenlijk nog niets heb verzonnen.
‘Straks komt Emma,’ komt er dan in me op. ‘Ik weet alleen nog niet hoe laat.’
‘Fijn dat ze straks komt, jullie hebben elkaar vast een hoop te vertellen.’ Ze staat op en loopt richting de keuken, waar ze weer verder praat. Wanneer ik een beetje mijn best doe kan ik haar verstaan, alleen daar heb ik geen zin in, dus ik vraag ernaar zodra ze de woonkamer weer binnenkomt.
‘Er staan Skittles in de keuken,’ licht ze nu kort toe. ‘Voor Emma en jou straks.’ Nog steeds glimlacht ze en ik weet dat ze hoopt dat ik hier blij mee ben. Ik stuur haar een vrolijke lach terug.
‘Dankje mam!’ Op dat moment gaat de telefoon en omdat ik zo nieuwsgierig ben duik ik er op af.  Het blijken mensen van de politie te zijn die spullen van mij hebben gevonden, met de vraag of ik ze vanmiddag nog kan ophalen op het bureau. Eindelijk krijg ik mijn mobiel weer!
Ik besluit Emma mee te slepen naar het bureau, dus zodra ik dat gesprek heb afgerond bel ik haar meteen en binnen een halfuur staat ze voor mijn achterdeur te springen. Lachend doe ik open en laat ik mijn vriendin binnen. Meteen vliegt ze me enthousiast om de hals.
‘Goed om jou weer te zien!’ roept ze. Ik knik en straal. ‘Je ziet er alweer een stuk beter uit dan gisteren, alhoewel.’ Een aarzeling klinkt door in haar laatste woord en ze werpt een kritische blik op mijn outfit.
‘Aan die kleding mag nog wel wat gebeuren, voordat wij de deur uit gaan.’ Ik werp zelf ook een blik op mijn outfit en ik kan niets anders dan haar helemaal gelijk geven.
‘Ja, laten we daar wat aan gaan doen,’ stem ik lachend in. Emma rent voor mij uit naar boven en ik kom er een stukje trager achteraan. Ik mag niet te hard lopen en al helemaal niet op een trap. Wanneer ik op mijn kamer kom, heeft Emma mijn kast al opengegooid.
‘Goed. Ik zeg lekker casual, maar wel fancy,’ begint ze.
‘Een skinny is al een hele vooruitgang,’ mompel ik terwijl ik mijn lievelingsskinny opduikel uit mijn kast. Ik houd hem voor Emma’s neus.
‘Beter?’ vraag ik. Emma knikt hevig.
‘Veel beter. Doe die maar aan.’ Ze koekeloert bij mijn T-shirtjes om een leuke match te vinden met mijn broek. Die vindt ze en deze wordt dan ook zonder pardon op mijn hoofd gesmeten tijdens mijn speciale “Ik-trek-een-skinny-aan-dans”. Daardoor verlies ik mijn evenwicht maar gelukkig weet ik op het bed te vallen, in plaats van op de grond. Meteen komt mijn moeder om de hoek kijken.
‘Alles goed hier?’ vraagt ze bezorgd. Maar zodra ze ziet dat Emma en ik keihard aan het lachen zijn, grinnikt ze even en sluit ze de deur weer.
‘Dat ging soepel,’ merk ik droogjes op. Emma knikt.
Wanneer ik eenmaal zover ben, besluiten we om te gaan. Eigenlijk mag ik helemaal niet fietsen, maar dat kan mij niets schelen en het maakt Emma eigenlijk ook niet uit. Ik duw met mijn wiel de schuttingdeur open en rijd weg, met Emma in mijn kielzog.

Bij het politiebureau is het rustig en Emma en ik knallen onze fietsen in de rekjes die bij de ingang staan. Achter de balie zit een vrouw die waarschijnlijk snakt naar een pauze. Tenminste, zo ziet ze er wel uit en wanneer we met haar in gesprek gaan kom ik erachter dat ze ook zo klinkt.
‘Ja?’ vraagt ze kortaf.
‘Ik ben net gebeld,’ begin ik. ‘Of ik mijn spullen kwam ophalen.’ De vrouw achter de balie trekt één wenkbrauw op. Ze is vrij mollig en ik vermoed dat ze niet vaak achter criminelen aan hoeft te rennen. Aangezien de vrouw verder niet reageert op mijn verhaal, ga ik verder.
‘Ik ben Sara. Sara Torenberg,’ mompel ik.
‘Ze was ontvoerd, niet gehoord?’ helpt Emma, lekker recht door zee. Nu knikt de vrouw en ze toetst een nummer in op een telefoon die bij haar in de buurt staat. Ze blaft er enkele woorden in en gebaart ons dan om op de stoelen verderop te gaan zitten. Kennelijk is ze geen vrouw van veel woorden. Emma en ik kijken elkaar aan en trekken tegelijkertijd een gek gezicht. Grinnikend gaan we zitten en dan valt er een stilte. Opnieuw kijken we elkaar en dan barsten we in lachen uit. Op dat moment loopt dezelfde agent als die gisteren in het ziekenhuis binnen en hij kijkt ons verwonderd aan. Meteen stoppen Emma en ik met lachen.
Dus jij kwam voor je spullen Sara?’ begint hij. Ik knik. ‘Mooi. We hadden ook nog een paar vraagjes aan jullie samen, maar daarvoor pakken we eerst even jou spullen erbij.’ Hij wenkt ons en we lopen achter hem aan. Voordat ik het weet zwaait hij met mijn sporttas voor mijn neus.
‘We dachten dat dit, met alles wat erin zit, wel van jou zou zijn.’ Wanneer ik de sporttas aanpak springen er bijna tranen in mijn ogen. Meteen open ik het om te zien wat er nog inzit. Toen ik mijn sporttas terugvond zat mijn telefoon er niet in, maar nu wel. Waarschijnlijk hebben zij die gevonden. Ik laat het apparaat door mijn handen glijden en steek het in mijn broekzak.
‘Bedankt,’ zeg ik met een grote glimlach. Hij geeft mij een typische politieglimlach terug; persoonlijk en professioneel tegelijkertijd. Hoe doen zij dat toch? Dan kucht hij, we waren namelijk nog niet klaar en kennelijk is dit zijn manier om dat onder de aandacht te brengen.
‘Over één boekje hadden wij nog wat specifieke vragen aan jullie,’ begint hij. Meteen kijken Emma en ik elkaar aan. Natuurlijk weten we over welk boekje dit gaat. Ze hadden Ollie de Onbekende Ontvoerder gevonden.

Het leven van een gek: Vragende visite en ziekenhuizen

Eindelijk een nieuw deel over Sara! Kijk bij “Het leven van een gek”  voor alle andere delen

2017-04-1-13-41-0324. Vragende visite en ziekenhuizen

Herkende je de man?’ Twee agenten zitten bij mijn bed. De ene vuurt allerlei vragen op me af en de andere pent fanatiek mee met alles wat gezegd wordt. Dat zijn voornamelijk woorden van zijn compagnon, aangezien ik amper een woord uitbreng. Ik strijk met mijn handen over het witte ziekenhuislaken. De dokter zei dat ik ondervoed was, vitaminetekorten had en hij noemde nog wat zaken die ik niet eens meer echt meekreeg. Ik schud langzaam mijn hoofd. Niet te snel, want dan krijg ik alleen maar hoofdpijn. Oh ja, dat was ook iets wat die dokter zei. Een lichte hersenschudding van de klap die ik kreeg toen ik in die achterbak werd gesmeten. Een rilling loopt over mijn rug zodra ik daaraan terugdenk. Zijn woedende blik, al dat geschreeuw… Ik sluit even mijn ogen. ‘Sara?’ De zeurende stem van de agent naast me. ‘Gaat het?’ Gaat het? Of het gaat? Ja, nou het gaat echt super. Wat een domme vraag. ‘Nee,’ mompel ik. ‘Ik weet het toch niet.’  Dit schrijft de andere agent fanatiek op. ‘Wat weet je niet?’  Vraagt de agent door. Ik haal mijn schouders op. Dat weet ik dus niet, maar zij lijken dat niet zo logisch te vinden als ik. ‘Ik weet niet wie hij was. Ik weet niet waarom hij me meenam. En de rest weet ik ook niet.’ Eigenlijk is dit een leugen. Ik weet namelijk wel waarom hij me meenam, ik weet alleen niet waarom hij me opsloot. Er wordt op de deur geklopt en meteen schiet ik omhoog. Een zuster loopt naar binnen met een grote glimlach om haar gezicht. ‘Dit was wel weer genoeg voor vandaag. Bedankt voor jullie bezoek. Sara heeft rust nodig.’ De agenten kijken elkaar aan en de ondervrager zucht. De zuster geeft mij heimelijk een knipoog, alsof ze wel begrijpt dat ik geen zin heb in die agenten. Ik schenk haar een dankbare glimlach. Straks komen mijn ouders weer, met Emma, kondigt de zuster aan. Het schijnt dat zij al eerder zijn geweest, maar dat ik toen nog sliep door een of ander slaapmiddel dat ik toegediend kreeg. Ik zucht zachtjes, terwijl de agenten eindelijk de kamer uitlopen. De zuster neemt plaats op de plek waar de agent net zat. ‘Ik word helemaal gek van die mensen,’ begint ze. ‘Ze storen altijd de patiënten op de momenten dat ze moeten rusten.’ Terwijl ze rustig verder kletst, controleert ze mijn pols, temperatuur en allemaal dat soort dingetjes. ‘Ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar waarschijnlijk mag je vanmiddag naar huis. Het gaat zo goed met je! En weetje, fysiek valt het allemaal wel mee. Ik moet je wat vitaminepillen meegeven en het is belangrijk dat je goed uitrust maar dat kan je ook thuis, nietwaar?’ Ik knik, maar ik heb geen zin om wat te zeggen en sluit mijn ogen. ‘Je familie komt ongeveer over een uurtje, dus in principe kan je ook nog wat slapen. Ik bedoel, je mag weliswaar naar huis maar je zult nog wel moe zijn.’ Langzaam verstomt het geklets van de zuster en word ik meegetrokken in een diepe slaap.

‘Sara, ik ben het, Emma.’ De woorden proberen binnen te dringen in mijn hoofd, maar het is mistig en de boodschap lijkt niet echt aan te komen. Ik voel dat er zachtjes aan mijn arm geschud wordt. Laat me met rust allemaal, denk ik. Ik wil slapen. Maar Emma geeft niet zo snel op, dus er wordt opnieuw aan mijn arm geschud. Nu open ik langzaamaan mijn ogen. Het licht is fel en ik trek een gezicht. Langzaamaan wordt het licht wat minder fel- de gordijnen waren dichtgedaan. Emma glimlacht. Haar bruine haar zit in een mooie vlecht opzij en ze heeft een nieuw bloesje aan. Ik grijns een beetje. Nu begin ik echt wakker te worden. ‘Hee Emma!’ zeg ik, met een big smile op mijn gezicht. Ze buigt zich over me heen en geeft me iets wat op een knuffel lijkt. ‘Sara! Je bent terug,’ zegt ze opgelucht. Ik grinnik. ‘Ja, ik ben terug. We kunnen de school weer onveilig maken.’ Emma knikt en zet een stap opzij. Achter Emma staan mijn ouders. Niet alleen mijn ouders, maar ook Mart staat daar, met een gelukzalige glimlach op zijn gezicht. ‘Saar,’ zegt hij en ook hij geeft me iets wat op een knuffel lijkt. Ik durf hem amper aan te kijken. Ik bedoel, hallo, ik heb glashard tegen hem gelogen. En dat terwijl hij nog gelijk had ook. Dan drukt hij een kus op mijn voorhoofd en zonder verder iets te zeggen laat hij mijn ouders bij me. Mijn ouders. Ik glimlach. Ze omhelzen me, zeggen allerlei lieve dingen en tot slot haalt mijn vader ook nog een puddingbroodje tevoorschijn. Ik grinnik, en weet dan dat het goed zit.

Logo 4b

Het leven van een gek: Verzet

2016-17-11-21-45-45

23. Verzet

Kwaad kijkt hij me aan. Nou, kwaad, zeg maar gerust woedend. Mijn maag begint te draaien van angst, ik kan simpelweg geen kant op. ‘Sara, Sara, Sara. Moest dit nou echt? Was het na één ontsnappingspoging niet al duidelijk genoeg?’ Ik slik en zwijg. Hij zet een stap naar voren, ik eentje naar achteren. Hij daagt me uit, besef ik. En zonder er verder over na te denken, begin ik te rennen en duik ik langs hem heen. Ik ren de trap af en hij komt achter me aan. Onder zijn zware voetstappen kraken de treden nog harder dan normaal. Hij heeft de deur open laten staan toen hij binnenkwam, wat een sukkel. Ik maak ervan gebruik en ik ren naar buiten. ‘Ik zou het niet proberen Sara!’ roept hij. Te laat. Ik ren zo hard als ik kan. Maar hij is sneller, natuurlijk is hij sneller. Ik ren zo ver mogelijk, zodat onze afstand van het huisje zo ver mogelijk is. Uiteindelijk haalt hij me in en grijpt hij mij bij mijn middel. ‘Jij gaat met mij mee,’ gromt hij. Ik schop, duw en probeer van alles om los te komen uit zijn stevige greep. Hij loopt met mij terug naar het huisje, maar ik ga niet terug. Echt niet. Ik raak hem waar ik hem maar raken kan. Maar het helpt niet, hij verstevigt alleen zij greep. Ik kan amper nog ademhalen. Ik trap hem nog een keer. We zijn inmiddels bij de auto, die nog voor het huisje stond. Hij laat mij met één hand los en gooit de achterklep open. Daar ga ik dus echt niet in! Ik schop en sla erop los. Raak. Ik schop ‘m recht in het midden, in de roos. Hij kreunt van de pijn en zijn greep verslapt. Dit is mijn moment, nog een keer probeer ik los te komen. Dan hoor ik sirenes! Hoe hebben ze dit gat hier ooit gevonden? Jammer is alleen, dat mijn grote vriend ze ook hoort. Nu heeft hij iets meer haast met het dumpen van mij in de achterbak. Hij pakt mij op en gooit me er hardhandig in. Maar ik blijf me verzetten, zo makkelijk krijgt hij mij niet. Ik probeer er weer uit te klimmen en ik begin keihard te gillen. Dat heb ik ooit met Emma geoefend, zodat we in geval van nood superhard zouden kunnen gillen. Dus dat doe ik dan ook, lang en hard. ‘Hou je mond,’ zegt hij kwaad. Ik schud mijn hoofd en schop hem nog een keer. Hij probeert de klep dicht te doen, maar dat gaat niet zomaar. Dan komen er twee politieauto’s aanrijden. Ik begin te lachen. Waarom vind ik dit zo grappig? Ik krijg een woedende blik van mijn ontvoerder toegeworpen. Dan gebeurt er van alles tegelijkertijd. Ik let niet goed op, word naar achteren geduwd en opgesloten in de achterbak. Mijn hoofd bonkt, volgens mij heb ik mijn hoofd gestoten. Ik hoor allemaal geschreeuw en ik sluit mijn ogen. Mijn handen leg ik op mijn oren en ik krul mezelf op als een bolletje. Ik wil niets meer horen. Niets meer zeggen. Nu is het aan hen om mij te redden.

Een hele tijd hoor ik niets. Ik lig en staar voor me uit, terwijl ik mezelf zachtjes heen en weer wieg in de kleine, bedompte achterbak. Ik schrik op wanneer ik nog meer sirenes hoor. Eerst worden ze heel hard, daarna stopt het geluid spontaan. Ik hoor het geklap van autodeuren en pratende mensen. Met vlagen kan ik het verstaan. ‘…de hele auto op slot…’  Wat? De auto op slot? ‘…die heeft hij dus in het water gesmeten…’ Nu komen ze heel dichtbij en kan ik alles verstaan wat ze zeggen. ‘Sara?’ vraagt een vriendelijke mannenstem. Dit is niet mijn ontvoerder. Ik begin spontaan te huilen. ‘Ja?’ zeg ik met schorre stem. Volgens mij ben ik veilig. ‘We gaan je hieruit halen meisje, alles komt goed.’ Ik knik en snik zachtjes. Ik hoor voetstappen komen en gaan, gemorrel aan de auto en pratende mensen. Nog steeds opgevouwen als een bolletje, lig ik daar onbeweeglijk. Dan hoor ik hoe het slot losschiet. De klep wordt langzaam opengedaan en ik merk dat iedereen daarbuiten zijn adem inhoudt. Dat voel ik gewoon. Langzaam valt er een streep licht naar binnen. Ik hou mijn adem in. Kunnen ze mij hier niet gewoon laten liggen? Is hij weg? De vragen spoken door mijn hoofd, maar ik durf niet op te kijken, totdat ik een vriendelijke stem hoor. ‘Kom er maar uit. Het is oké, hij is weg.’ Ik geloof haar niet, toch kijk ik nu wel voorzichtig op.  Achter haar staat nog een man, daarachter een politieauto en een ambulance. ‘Zal ik je even helpen?’ vraagt ze dan geduldig, wanneer ik geen beweging lijk te maken. Ik knik en word uit de auto geholpen, naar de ambulance. Mijn ontvoerder zie ik nergens meer, maar ik blijf om me heen kijken. Voordat ik de ambulance instap, kijk ik nog één keer naar het huisje. Het is inderdaad net zo’n gaar vakantiehuisje als dat van Twan. Ik zucht zachtjes en klim in het voertuig. Ik ga zitten, sluit mijn ogen en laat de rest van de middag en avond in een waas voorbijgaan. Ik wil dat alles gewoon voorbij is.

 

Eindelijk weer een nieuwe post! Ik ben superdruk de laatste tijd dus ik blog minder. Maar daarom zijn mijn posts niet minder leuk natuurlijk 😉

Liefs!

 

Just don’t forget, to wear a hat

6 Franse fotootjes met hun verhaal

2016-29-10-11-55-10

Met de bomen die hun blaadjes verliezen, regenbuien en herfstkleuren laten we de zomer van 2016 toch echt voorgoed achter ons. Als ik naar buiten kijk, dan zie ik meteen groene, rode en gele blaadjes en daarmee word ik eraan herinnerd dat de herfst begonnen is. Maar daarmee herinner ik me ook de leuke zomervakantie. Ik ging op vakantie naar Frankrijk om daar te genieten van de zon, de cultuur, (nieuwe) vriendschappen en nog veel meer. Het was er heerlijk! Daarom besloot ik zes heerlijke Franse fotootjes met hun verhaal te delen met jullie. Laat je meenemen, naar Franse tijden…

De parade

In het dorpje Auzances is elk jaar in de zomer een kermis en als afsluiter een bloemencorso, georganiseerd door de locale inwoners! Wij zijn er al een paar keer bij geweest en het is supertof om mee te maken. Voor hen is dit het evenement van de zomer, want het hele dorp loopt ervoor uit! Na die tijd ligt de hele hoofdweg vol met confetti.

2016-29-10-11-09-50

 

De barbeque

Elke zondag was er met alle kampeerders een grote barbeque. Superdruk, supergezellig én superlekker. Geniet hier maar even mee van mijn avondmaaltijd! 😉

2016-29-10-11-15-49

De regenbuien

Ook hier konden enorme regenbuien vallen en dan was je blij als je droog in je tentje zat. (Hopend dat ‘ie niet ging lekken, natuurlijk) Toen we in dit schattige dorpje waren, was de voorbode van slecht weer al duidelijk aanwezig. Het leverde wel een mooi plaatje op!

2016-29-10-11-12-34

Fruitje, yoghurtje, (nep)bijtje

Vaak nam ik ’s morgens een lekker bakje yoghurt met fruit. De bramen had ik zelf geplukt! Op het moment dat ik de foto maken, vloog er net zo’n grappig nepbijtje overheen. (links)

img_7096

De mooie luchten

Naast dreigende luchten, waren er ook hele mooie, fijne luchten. Waar je lekker lang naar kon kijken en steeds veranderden ze net van vorm of kleur. Hier zit geen filter overheen, maar het is echt een mooie, roze lucht.

Flutter 100%

Tot slot: de heerlijke stranden en de palmbomen

We zijn een dagje naar het strand van Zuid-Frankrijk geweest en daar heb ik genoten van het zonovergoten strand, het zilte water en het witte strand. Oh, en de palmbomen natuurlijk. Een perfecte plek, als je het mij vraagt.

2016-29-10-11-08-41

Kortom: het was heerlijk, ontspannen en heel veel genieten. Dit waren mijn leukste plaatjes van mijn vakantie in 2016.

Welke vind jij het leukst?

Liefs!

 

Just don’t forget, to wear a hat

Het leven van een gek: Noodoproepen

2016-23-10-17-29-16

22. Noodoproepen

Zolang ik kalm blijf, kan ik dit. Zo ingewikkeld ziet het er niet uit. Ik moet gewoon even prutsen en morrelen, voordat ik het weet ben ik los. Hopelijk kijkt hij niet mee via één of andere camera. Plotseling krijg ik spontaan een kokhalsneiging, door die gore kotslucht die hier nog steeds hangt. Ik zie dat er een stukje ik-wil-niet-eens-weten-wat-dit-is in mijn haar hangt. Getver. Nog meer motivatie om hier los te komen. Ik begin met mijn rechterhand, die ligt het meeste in mijn zicht en begin eerst maar simpelweg heel hard eraan te trekken. Naast nogal wat pijn aan mijn hand, levert het vrijwel niks op. Maar een Torenberg geeft niet zomaar op, zei mijn vader altijd. Het voelt eeuwen geleden dat ik hem heb gezien. Na een tijdje prutsen en pulken merk ik dat het touw steeds losser gaat zitten. Dit kan ik! Nog meer prutsen. Nog een keer trekken. En dan ineens gebeurt het: ik ben los.

Oké dat klonk geweldiger dan de werkelijkheid. In werkelijkheid heb ik namelijk alleen maar mijn rechterhand los. Maar de adrenaline heeft zijn weg gevonden en nu twijfel ik niet meer. Als niemand mij kan bevrijden, dan doe ik het zelf wel. Nu is, voordat ik het weet, ook mijn linkerhand losgeschoten. Wat een sukkel, die gast kan mij niet eens goed vastbinden, denk ik triomfantelijk. Tijd voor mijn voeten. Ik probeer overeind te komen maar dat gaat moeilijker dan ik had gedacht. Ik heb natuurlijk amper energie doordat ik de laatste tijd niks heb gegeten. Ik doe nog een poging, maar nu doe ik wat rustiger aan. Dit gaat beter en nu kan ik bij mijn voeten komen. Nu ik beide handen weer heb is dit een eitje. Na een aantal minuten aan de touwen rommelen ben ik los en even ben ik heel erg trots op mezelf. Dan kokhals ik weer en deze keer moet ik ook echt overgeven. Nu kan het alleen met iets meer beleid, dus niet meer over mezelf heen, maar op de grond. Dit is zó smerig! Ik besluit mijn T-shirt uit te trekken. Dan maar kou lijden, ik zal het met mijn hemdje moeten doen. Ik kijk rond. Liggen mijn spullen hier toevallig nog? Ik probeer mijn teleurstelling te onderdrukken wanneer ik tot de conclusie kom dat ze er niet meer liggen. Waarom had ik dat ook eigenlijk verwacht? Natuurlijk legt hij geen Eerste Hulp Bij Ontsnappen kitje voor me klaar. Ik weet eigenlijk niet wat ik nu moet doen, voordat ik het weet zit hij me weer achterna. Zou hij dan 24/7 hier zitten? Nee toch? Vanuit mijn raam kan ik de oprit zien en dat brengt me op een slim idee. Zodra zijn auto weg is, is hij weg. En dan kan ik gaan. Ik besluit direct te kijken, zachtjes sluip ik naar het raam. Als hij er wel is en hij hoort me, dan ben ik er geweest. Het enige wat ik hoor is het harde bonken van mijn hart in mijn keel. Zou de auto er staan? Gespannen duw ik het oude, vale, gordijn weg en ik zie… niks. In geen velden of wegen is een auto te bekennen. Een diepe, opgeluchte zucht ontsnapt uit mijn mond. Dit is mijn kans. Ik voel opnieuw de adrenaline opkomen. Ik ga mijn tas zoeken en dan ga ik ervandoor. Surprise, sukkel!

Inmiddels ken ik de weg in dit oude, eenzame vakantiehuis. Ik weet waar ik moet zoeken, ik weet hoe ik weg moet komen. Mijn hart bonkt opnieuw in mijn keel terwijl ik de deur open. Het doet me denken aan de eerste keer dat ik de deur opende zonder te weten wat er achter die deur zat. Dit zal de laatste keer zijn, denk ik opgelucht. Hij krijgt me echt niet zomaar te pakken. Ik loop naar boven, de trap kraakt lichtjes, gelukkig bijna onhoorbaar. Misschien heeft hij mijn tas wel gewoon op dezelfde plek neergelegd. Zo stom is hij vast. Ik besluit eerst het slaapkamertje te bekijken omdat dat gewoon goed voelt. Wanneer ik de deur open, zie ik meteen dat dit een goede keuze is geweest. Een grijns komt direct op mijn gezicht. Hier ligt geen sporttas, maar nog iets veel beters. Hier ligt de telefoon. Ik twijfel geen seconde en toets het telefoonnummer van Emma in. Ik leef nog Emma, deze Franse Flamingo goes home! De telefoon gaat amper één keer over en dan heb ik Emma al aan de lijn. ‘Sara ben jij dat?’ Ik knik en er volgen een paar stille seconden. ‘Sara?’ klinkt het nu dringender, bezorgder. Dan realiseer ik me dat je knikken nou niet bepaalt hoort door een telefoon. ‘Ja! Ik ben het!’ zeg ik dan meteen.

‘Sara! Godzijdank.’ Haar stem hapert en dan hoor ik zachtjes gesnik aan de andere kant van de lijn. ‘Je leeft nog…’ zegt ze met een bibberstem. ‘Ik was zo bang dat je dood was…’ Nu wordt het snikken alleen maar heftiger en dan hoor ik ook een zwaardere stem op de achtergrond. Wie zou dat zijn? ‘Ik ben niet dood gek, ik ga ontsnappen,’ probeer ik haar gerust te stellen. Ik zeg het zo zelfverzekerd mogelijk, om haar niet nog bezorgder te maken. ‘Ik ben los en hij is weg. Ik kom eraan.’

‘Je bent los?!’ Emma’s stem slaat een beetje over. ‘Je zat dus vast?’

‘Ja…’ zeg ik zachtjes terwijl ik een blik op de rode striemen op mijn polsen werp. ‘Maar ik ben los. En ik vond de telefoon weer dus toen belde ik jou.’ Even blijft het stil aan de andere kant van de lijn. Dan hoor ik weer wat gemompel en gekraak. De stem die ik dan hoor, doet me bijna in tranen uitbarsten. ‘Sara… Ik was zo bezorgd om je…’ Die stem, is de stem van Mart. Mart, de laatste die ik zag voordat ik verdween. Tegen wie ik gelogen heb. Hij zou super boos op mij moeten zijn. Ik slik de brok in mijn keel weg en antwoord terwijl mijn stem zachtjes trilt: ‘Mart, het spijt me zo…’

‘Sara, ik wil dat je ophangt,’ zegt hij dan. Wat? ‘Bel 112, nu, voordat hij hierachter komt. Wij spreken je later. Zet hem op.’ Weer valt het kort stil. ‘Je kan het Saar. We houden van je,’ vervolgt Mart met dezelfde trillende stem die ik net had. Dan hangt hij op, voordat ik ook maar iets heb kunnen antwoorden. Ik staar een paar seconden voor me uit, om dan zonder twijfel het alarmnummer in te toetsen. Ik druk op de groene knop en hiermee gaat mijn reddingsplan pas écht van start. Ik ga hier weg. Dan schrik ik me wezenloos. Nee. Nee, nee, nee. Nog voordat de telefoon overgaat, hoor ik een auto aan komen rijden. ‘112 alarmcentrale, wilt u politie, brandweer of ambulance?’

‘Politie,’ antwoord ik snel met een paniekerige stem. Ik probeer naar buiten te kijken om te zien of hij al uitstapt. ‘In welke plaats?’ Ik weet niet waar ik ben. Shit. Hoe kunnen ze mij nu helpen als ik niet weet waar ik ben? ‘Weet ik niet…’ zeg ik. Ik kan wel janken. ‘Ik ben ontvoerd en hij komt er zo aan en da-’ Ik kom niet meer uit mijn woorden en begin te snikken. De vrouw aan de andere kant blijft rustig en vraagt mij hetzelfde te doen. ‘Heb je echt geen idee waar je bent? Heb je iets van de omgeving kunnen zien?’ Dat weet ik! Ik zit in het bos, in een verlaten vakantiehuisje die amper nog gebruikt wordt omdat de eigenaar te lui is om er überhaupt heen te gaan. Ik werp een blik op de auto, hij stapt nu uit. Dan stokt mijn adem in mijn keel. ‘Ik ben in een bos, in een vrijstaand vakantiehuis. Het is het enige huis in de omgeving en er loopt een groot, lang, recht pad naartoe.’ Dan hoor ik de deur dichtslaan en heb ik geen andere keuze dan de verbinding te verbreken. ‘Help me,’ fluister ik nog. Hopelijk kan ze hier genoeg mee. Ik kijk snel rond en zoek een mogelijkheid om me te verstoppen. Dan hoor ik snelle voetstappen de trap oplopen en ik verstijf. Het is al te laat. De deur zwaait open en ik sta oog in oog met mijn ontvoerder.