Interview: hoe Carmen jou een glimlach geeft + korting voor jou!

Interview_ Carmen

Carmen Groenefelt heeft een missie om mensen een glimlach te geven door haar kleine kunstwerkjes. Ze zette haar eigen bedrijf op: Soft Smiles, waar iedereen bijzondere momenten in een mooie kleine schildering kan laten vastleggen. Ik vond het zo’n tof idee dat ik dacht dat het tijd was voor een interview met haar. Voor jou is er ook nog iets leuks: korting op een Soft Smile. Lees daarom snel verder!

 

Carmen, wat is precies een Soft Smile?

“Soft Smiles zijn persoonlijke waterverf illustraties die ik maak op aanvraag. Met de missie mensen hun mooie momenten (en mensen om hun heen!) meer te vieren, bied ik zo een mogelijkheid om op een speciale manier iets vast te laten leggen. Denk hierbij aan een moment dat je je fijn voelde bij een ander, een mijlpaal of een reis die met je iemand maakte.”

softsmiles1

© Carmen Groenefelt

Hoe kwam je op zo’n tof idee?

“Ik illustreer al een poos en door de tijd heen creëerde ik deze stijl. Ik maakte kaarten die hierop leken voor mensen tijdens valentijn en mijn exchange periode. En toen dacht ik: het is kunst en meer dan kaart waardig. Het hoort aan de muur zulke mooie momentjes. Het maakt een super waardevol cadeau voor een ander of jezelf, dus ik vond het het waard om echt op te zetten en er een merknaam voor te maken. De naam ontstond een hele tijd geleden met een vriend van mij, toen we allitererende productnamen bedachten. Omdat ik echt mensen een glimlach wil bezorgen met deze werkjes, vond ik het echt een goede naam.”

 

softsmiles3

© Carmen Groenefelt

Wat is jouw doel met Soft Smiles?

“Zelf ben ik sinds de zomer echt aan ’t doen wat ik leuk vind: zelfstandig ondernemen en genieten van elke dag. Met soft Smiles hoop ik anderen ook aan te sporen te genieten van kleine mooie dingen en geluksmomenten te vieren. En ook dankbaar te zijn naar anderen. Te zeggen ‘kijk een soft smile voor jou, omdat je me dierbaar bent’. Wanneer ik feedback krijg van de klanten dat bijvoorbeeld de persoon waaraan ze de soft smile gaven moest huilen van blijdschap, weet ik dat mijn missie geslaagd is.”

 
Wat zou jij  de lezer willen meegeven?

“Van jongs af aan denk ik al groots en ben ik ambitieus met grote dromen. Vaaksoftsmiles waren er ook mensen die dit niet echt snapten en me daarin niet steunden. Mijn tip is dit wél te doen, lekker voor je doel gaan en jezelf omringen met mensen die wél trots op je zijn en energie geven. En dan ook heel dankbaar zijn voor die mensen om je heen en elke stap die lukt richting je doel te vieren.”

 

Carmen heeft naast zichzelf ook al heel veel anderen blij kunnen maken met Soft Smiles. Het opzetten ervan was één van de grootste uitdagingen, maar ook één van de leukste. Vandaag kan ze ook jou blij maken: speciaal voor jou kan jij met de code Celine10 tien procent korting krijgen op een Soft Smile!

Ps. Als je ‘m nu bestelt, is ‘ie nog op tijd voor Valentijn… 😉

 

Deze post heb ik geschreven omdat ik Carmens werk zo tof vind en ik haar graag wilde helpen om wat bekender te worden! Als bedankje geeft zij jullie deze kortingscode, geldig tot 28 februari!

 

Advertenties

Het leven van een gek: Ollie, Emma en de chagrijnige baliedame

2017-31-1-21-56-26

Yes, eindelijk weer een nieuw deel! I hope you’ll enjoy!

25. Ollie, Emma en de chagrijnige baliedame

Het tetterende geluid van de tv is niet te missen, maar mijn moeder is toch op zolder en daarom vind ik dat ik de televisie niet in het geluid hoef te beperken. Ik lig onderuitgezakt op de bank, een joggingbroek en een hoodie maken het plaatje compleet. Alleen de zak chips ontbreekt, maar daar heb ik voorlopig dan ook geen zin in. Ik vind het niet meer lekker, door alle ervaringen van afgelopen tijd die er onlosmakelijk mee verbonden zijn. Ik sluit mijn ogen en word me bewust van de bonkende pijn in mijn hoofd. Misschien is dat harde geluid niet zo’n heel goed idee, dus ik besluit het geluid even iets terug te draaien. Het gaat waarschijnlijk nog wel even duren voordat mijn hersenschudding helemaal over is, maar gelukkig valt het mee. Straks komt Emma, dat had ze beloofd en ik kijk er naar uit. Het is zaterdag en over drie weken gaan we verhuizen. Mijn ouders en ik hebben er niet meer over gepraat sinds ik terug ben, maar de plannen van Emma en mij zijn rijp voor de prullenbak.
Overal in het huis staan half ingepakte dozen, alsof ze alles een beetje tegelijkertijd aan het aanrommelen zijn hier.
Mijn kamer is nog helemaal in tact, net alsof ik niet weg ben geweest. Het gaf me een fijn gevoel toen ik gisteren thuis kwam. Zelfs mijn fiets hebben ze teruggevonden, het ding stond weer op zijn vertrouwde plek in de tuin toen ik terug kwam. Ik ben een week weggeweest, is mij verteld. Mijn eigen gevoel voor tijd was verdwenen, de ambulancebroeders hadden me dan ook bezorgd aangekeken toen ik het vroeg.  Wanneer het geluid van de televisie tot een nihil niveau wordt beperkt, merk ik pas dat mijn moeder weer beneden is en ik schrik op.
‘Sara,’ verzucht mijn moeder. ‘Als jij snel wilt opknappen van die hersenschudding, kun je die televisie beter helemaal uithouden. Zijn er geen andere manieren om afleiding te zoeken?’ Ze glimlacht en gaat rustig naast mij zitten. Ik haal mijn schouders op ten teken dat ik eigenlijk nog niets heb verzonnen.
‘Straks komt Emma,’ komt er dan in me op. ‘Ik weet alleen nog niet hoe laat.’
‘Fijn dat ze straks komt, jullie hebben elkaar vast een hoop te vertellen.’ Ze staat op en loopt richting de keuken, waar ze weer verder praat. Wanneer ik een beetje mijn best doe kan ik haar verstaan, alleen daar heb ik geen zin in, dus ik vraag ernaar zodra ze de woonkamer weer binnenkomt.
‘Er staan Skittles in de keuken,’ licht ze nu kort toe. ‘Voor Emma en jou straks.’ Nog steeds glimlacht ze en ik weet dat ze hoopt dat ik hier blij mee ben. Ik stuur haar een vrolijke lach terug.
‘Dankje mam!’ Op dat moment gaat de telefoon en omdat ik zo nieuwsgierig ben duik ik er op af.  Het blijken mensen van de politie te zijn die spullen van mij hebben gevonden, met de vraag of ik ze vanmiddag nog kan ophalen op het bureau. Eindelijk krijg ik mijn mobiel weer!
Ik besluit Emma mee te slepen naar het bureau, dus zodra ik dat gesprek heb afgerond bel ik haar meteen en binnen een halfuur staat ze voor mijn achterdeur te springen. Lachend doe ik open en laat ik mijn vriendin binnen. Meteen vliegt ze me enthousiast om de hals.
‘Goed om jou weer te zien!’ roept ze. Ik knik en straal. ‘Je ziet er alweer een stuk beter uit dan gisteren, alhoewel.’ Een aarzeling klinkt door in haar laatste woord en ze werpt een kritische blik op mijn outfit.
‘Aan die kleding mag nog wel wat gebeuren, voordat wij de deur uit gaan.’ Ik werp zelf ook een blik op mijn outfit en ik kan niets anders dan haar helemaal gelijk geven.
‘Ja, laten we daar wat aan gaan doen,’ stem ik lachend in. Emma rent voor mij uit naar boven en ik kom er een stukje trager achteraan. Ik mag niet te hard lopen en al helemaal niet op een trap. Wanneer ik op mijn kamer kom, heeft Emma mijn kast al opengegooid.
‘Goed. Ik zeg lekker casual, maar wel fancy,’ begint ze.
‘Een skinny is al een hele vooruitgang,’ mompel ik terwijl ik mijn lievelingsskinny opduikel uit mijn kast. Ik houd hem voor Emma’s neus.
‘Beter?’ vraag ik. Emma knikt hevig.
‘Veel beter. Doe die maar aan.’ Ze koekeloert bij mijn T-shirtjes om een leuke match te vinden met mijn broek. Die vindt ze en deze wordt dan ook zonder pardon op mijn hoofd gesmeten tijdens mijn speciale “Ik-trek-een-skinny-aan-dans”. Daardoor verlies ik mijn evenwicht maar gelukkig weet ik op het bed te vallen, in plaats van op de grond. Meteen komt mijn moeder om de hoek kijken.
‘Alles goed hier?’ vraagt ze bezorgd. Maar zodra ze ziet dat Emma en ik keihard aan het lachen zijn, grinnikt ze even en sluit ze de deur weer.
‘Dat ging soepel,’ merk ik droogjes op. Emma knikt.
Wanneer ik eenmaal zover ben, besluiten we om te gaan. Eigenlijk mag ik helemaal niet fietsen, maar dat kan mij niets schelen en het maakt Emma eigenlijk ook niet uit. Ik duw met mijn wiel de schuttingdeur open en rijd weg, met Emma in mijn kielzog.

Bij het politiebureau is het rustig en Emma en ik knallen onze fietsen in de rekjes die bij de ingang staan. Achter de balie zit een vrouw die waarschijnlijk snakt naar een pauze. Tenminste, zo ziet ze er wel uit en wanneer we met haar in gesprek gaan kom ik erachter dat ze ook zo klinkt.
‘Ja?’ vraagt ze kortaf.
‘Ik ben net gebeld,’ begin ik. ‘Of ik mijn spullen kwam ophalen.’ De vrouw achter de balie trekt één wenkbrauw op. Ze is vrij mollig en ik vermoed dat ze niet vaak achter criminelen aan hoeft te rennen. Aangezien de vrouw verder niet reageert op mijn verhaal, ga ik verder.
‘Ik ben Sara. Sara Torenberg,’ mompel ik.
‘Ze was ontvoerd, niet gehoord?’ helpt Emma, lekker recht door zee. Nu knikt de vrouw en ze toetst een nummer in op een telefoon die bij haar in de buurt staat. Ze blaft er enkele woorden in en gebaart ons dan om op de stoelen verderop te gaan zitten. Kennelijk is ze geen vrouw van veel woorden. Emma en ik kijken elkaar aan en trekken tegelijkertijd een gek gezicht. Grinnikend gaan we zitten en dan valt er een stilte. Opnieuw kijken we elkaar en dan barsten we in lachen uit. Op dat moment loopt dezelfde agent als die gisteren in het ziekenhuis binnen en hij kijkt ons verwonderd aan. Meteen stoppen Emma en ik met lachen.
Dus jij kwam voor je spullen Sara?’ begint hij. Ik knik. ‘Mooi. We hadden ook nog een paar vraagjes aan jullie samen, maar daarvoor pakken we eerst even jou spullen erbij.’ Hij wenkt ons en we lopen achter hem aan. Voordat ik het weet zwaait hij met mijn sporttas voor mijn neus.
‘We dachten dat dit, met alles wat erin zit, wel van jou zou zijn.’ Wanneer ik de sporttas aanpak springen er bijna tranen in mijn ogen. Meteen open ik het om te zien wat er nog inzit. Toen ik mijn sporttas terugvond zat mijn telefoon er niet in, maar nu wel. Waarschijnlijk hebben zij die gevonden. Ik laat het apparaat door mijn handen glijden en steek het in mijn broekzak.
‘Bedankt,’ zeg ik met een grote glimlach. Hij geeft mij een typische politieglimlach terug; persoonlijk en professioneel tegelijkertijd. Hoe doen zij dat toch? Dan kucht hij, we waren namelijk nog niet klaar en kennelijk is dit zijn manier om dat onder de aandacht te brengen.
‘Over één boekje hadden wij nog wat specifieke vragen aan jullie,’ begint hij. Meteen kijken Emma en ik elkaar aan. Natuurlijk weten we over welk boekje dit gaat. Ze hadden Ollie de Onbekende Ontvoerder gevonden.

Het leven van een gek: Vragende visite en ziekenhuizen

Eindelijk een nieuw deel over Sara! Kijk bij “Het leven van een gek”  voor alle andere delen

2017-04-1-13-41-0324. Vragende visite en ziekenhuizen

Herkende je de man?’ Twee agenten zitten bij mijn bed. De ene vuurt allerlei vragen op me af en de andere pent fanatiek mee met alles wat gezegd wordt. Dat zijn voornamelijk woorden van zijn compagnon, aangezien ik amper een woord uitbreng. Ik strijk met mijn handen over het witte ziekenhuislaken. De dokter zei dat ik ondervoed was, vitaminetekorten had en hij noemde nog wat zaken die ik niet eens meer echt meekreeg. Ik schud langzaam mijn hoofd. Niet te snel, want dan krijg ik alleen maar hoofdpijn. Oh ja, dat was ook iets wat die dokter zei. Een lichte hersenschudding van de klap die ik kreeg toen ik in die achterbak werd gesmeten. Een rilling loopt over mijn rug zodra ik daaraan terugdenk. Zijn woedende blik, al dat geschreeuw… Ik sluit even mijn ogen. ‘Sara?’ De zeurende stem van de agent naast me. ‘Gaat het?’ Gaat het? Of het gaat? Ja, nou het gaat echt super. Wat een domme vraag. ‘Nee,’ mompel ik. ‘Ik weet het toch niet.’  Dit schrijft de andere agent fanatiek op. ‘Wat weet je niet?’  Vraagt de agent door. Ik haal mijn schouders op. Dat weet ik dus niet, maar zij lijken dat niet zo logisch te vinden als ik. ‘Ik weet niet wie hij was. Ik weet niet waarom hij me meenam. En de rest weet ik ook niet.’ Eigenlijk is dit een leugen. Ik weet namelijk wel waarom hij me meenam, ik weet alleen niet waarom hij me opsloot. Er wordt op de deur geklopt en meteen schiet ik omhoog. Een zuster loopt naar binnen met een grote glimlach om haar gezicht. ‘Dit was wel weer genoeg voor vandaag. Bedankt voor jullie bezoek. Sara heeft rust nodig.’ De agenten kijken elkaar aan en de ondervrager zucht. De zuster geeft mij heimelijk een knipoog, alsof ze wel begrijpt dat ik geen zin heb in die agenten. Ik schenk haar een dankbare glimlach. Straks komen mijn ouders weer, met Emma, kondigt de zuster aan. Het schijnt dat zij al eerder zijn geweest, maar dat ik toen nog sliep door een of ander slaapmiddel dat ik toegediend kreeg. Ik zucht zachtjes, terwijl de agenten eindelijk de kamer uitlopen. De zuster neemt plaats op de plek waar de agent net zat. ‘Ik word helemaal gek van die mensen,’ begint ze. ‘Ze storen altijd de patiënten op de momenten dat ze moeten rusten.’ Terwijl ze rustig verder kletst, controleert ze mijn pols, temperatuur en allemaal dat soort dingetjes. ‘Ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar waarschijnlijk mag je vanmiddag naar huis. Het gaat zo goed met je! En weetje, fysiek valt het allemaal wel mee. Ik moet je wat vitaminepillen meegeven en het is belangrijk dat je goed uitrust maar dat kan je ook thuis, nietwaar?’ Ik knik, maar ik heb geen zin om wat te zeggen en sluit mijn ogen. ‘Je familie komt ongeveer over een uurtje, dus in principe kan je ook nog wat slapen. Ik bedoel, je mag weliswaar naar huis maar je zult nog wel moe zijn.’ Langzaam verstomt het geklets van de zuster en word ik meegetrokken in een diepe slaap.

‘Sara, ik ben het, Emma.’ De woorden proberen binnen te dringen in mijn hoofd, maar het is mistig en de boodschap lijkt niet echt aan te komen. Ik voel dat er zachtjes aan mijn arm geschud wordt. Laat me met rust allemaal, denk ik. Ik wil slapen. Maar Emma geeft niet zo snel op, dus er wordt opnieuw aan mijn arm geschud. Nu open ik langzaamaan mijn ogen. Het licht is fel en ik trek een gezicht. Langzaamaan wordt het licht wat minder fel- de gordijnen waren dichtgedaan. Emma glimlacht. Haar bruine haar zit in een mooie vlecht opzij en ze heeft een nieuw bloesje aan. Ik grijns een beetje. Nu begin ik echt wakker te worden. ‘Hee Emma!’ zeg ik, met een big smile op mijn gezicht. Ze buigt zich over me heen en geeft me iets wat op een knuffel lijkt. ‘Sara! Je bent terug,’ zegt ze opgelucht. Ik grinnik. ‘Ja, ik ben terug. We kunnen de school weer onveilig maken.’ Emma knikt en zet een stap opzij. Achter Emma staan mijn ouders. Niet alleen mijn ouders, maar ook Mart staat daar, met een gelukzalige glimlach op zijn gezicht. ‘Saar,’ zegt hij en ook hij geeft me iets wat op een knuffel lijkt. Ik durf hem amper aan te kijken. Ik bedoel, hallo, ik heb glashard tegen hem gelogen. En dat terwijl hij nog gelijk had ook. Dan drukt hij een kus op mijn voorhoofd en zonder verder iets te zeggen laat hij mijn ouders bij me. Mijn ouders. Ik glimlach. Ze omhelzen me, zeggen allerlei lieve dingen en tot slot haalt mijn vader ook nog een puddingbroodje tevoorschijn. Ik grinnik, en weet dan dat het goed zit.

Logo 4b

Het leven van een gek: Noodoproepen

2016-23-10-17-29-16

22. Noodoproepen

Zolang ik kalm blijf, kan ik dit. Zo ingewikkeld ziet het er niet uit. Ik moet gewoon even prutsen en morrelen, voordat ik het weet ben ik los. Hopelijk kijkt hij niet mee via één of andere camera. Plotseling krijg ik spontaan een kokhalsneiging, door die gore kotslucht die hier nog steeds hangt. Ik zie dat er een stukje ik-wil-niet-eens-weten-wat-dit-is in mijn haar hangt. Getver. Nog meer motivatie om hier los te komen. Ik begin met mijn rechterhand, die ligt het meeste in mijn zicht en begin eerst maar simpelweg heel hard eraan te trekken. Naast nogal wat pijn aan mijn hand, levert het vrijwel niks op. Maar een Torenberg geeft niet zomaar op, zei mijn vader altijd. Het voelt eeuwen geleden dat ik hem heb gezien. Na een tijdje prutsen en pulken merk ik dat het touw steeds losser gaat zitten. Dit kan ik! Nog meer prutsen. Nog een keer trekken. En dan ineens gebeurt het: ik ben los.

Oké dat klonk geweldiger dan de werkelijkheid. In werkelijkheid heb ik namelijk alleen maar mijn rechterhand los. Maar de adrenaline heeft zijn weg gevonden en nu twijfel ik niet meer. Als niemand mij kan bevrijden, dan doe ik het zelf wel. Nu is, voordat ik het weet, ook mijn linkerhand losgeschoten. Wat een sukkel, die gast kan mij niet eens goed vastbinden, denk ik triomfantelijk. Tijd voor mijn voeten. Ik probeer overeind te komen maar dat gaat moeilijker dan ik had gedacht. Ik heb natuurlijk amper energie doordat ik de laatste tijd niks heb gegeten. Ik doe nog een poging, maar nu doe ik wat rustiger aan. Dit gaat beter en nu kan ik bij mijn voeten komen. Nu ik beide handen weer heb is dit een eitje. Na een aantal minuten aan de touwen rommelen ben ik los en even ben ik heel erg trots op mezelf. Dan kokhals ik weer en deze keer moet ik ook echt overgeven. Nu kan het alleen met iets meer beleid, dus niet meer over mezelf heen, maar op de grond. Dit is zó smerig! Ik besluit mijn T-shirt uit te trekken. Dan maar kou lijden, ik zal het met mijn hemdje moeten doen. Ik kijk rond. Liggen mijn spullen hier toevallig nog? Ik probeer mijn teleurstelling te onderdrukken wanneer ik tot de conclusie kom dat ze er niet meer liggen. Waarom had ik dat ook eigenlijk verwacht? Natuurlijk legt hij geen Eerste Hulp Bij Ontsnappen kitje voor me klaar. Ik weet eigenlijk niet wat ik nu moet doen, voordat ik het weet zit hij me weer achterna. Zou hij dan 24/7 hier zitten? Nee toch? Vanuit mijn raam kan ik de oprit zien en dat brengt me op een slim idee. Zodra zijn auto weg is, is hij weg. En dan kan ik gaan. Ik besluit direct te kijken, zachtjes sluip ik naar het raam. Als hij er wel is en hij hoort me, dan ben ik er geweest. Het enige wat ik hoor is het harde bonken van mijn hart in mijn keel. Zou de auto er staan? Gespannen duw ik het oude, vale, gordijn weg en ik zie… niks. In geen velden of wegen is een auto te bekennen. Een diepe, opgeluchte zucht ontsnapt uit mijn mond. Dit is mijn kans. Ik voel opnieuw de adrenaline opkomen. Ik ga mijn tas zoeken en dan ga ik ervandoor. Surprise, sukkel!

Inmiddels ken ik de weg in dit oude, eenzame vakantiehuis. Ik weet waar ik moet zoeken, ik weet hoe ik weg moet komen. Mijn hart bonkt opnieuw in mijn keel terwijl ik de deur open. Het doet me denken aan de eerste keer dat ik de deur opende zonder te weten wat er achter die deur zat. Dit zal de laatste keer zijn, denk ik opgelucht. Hij krijgt me echt niet zomaar te pakken. Ik loop naar boven, de trap kraakt lichtjes, gelukkig bijna onhoorbaar. Misschien heeft hij mijn tas wel gewoon op dezelfde plek neergelegd. Zo stom is hij vast. Ik besluit eerst het slaapkamertje te bekijken omdat dat gewoon goed voelt. Wanneer ik de deur open, zie ik meteen dat dit een goede keuze is geweest. Een grijns komt direct op mijn gezicht. Hier ligt geen sporttas, maar nog iets veel beters. Hier ligt de telefoon. Ik twijfel geen seconde en toets het telefoonnummer van Emma in. Ik leef nog Emma, deze Franse Flamingo goes home! De telefoon gaat amper één keer over en dan heb ik Emma al aan de lijn. ‘Sara ben jij dat?’ Ik knik en er volgen een paar stille seconden. ‘Sara?’ klinkt het nu dringender, bezorgder. Dan realiseer ik me dat je knikken nou niet bepaalt hoort door een telefoon. ‘Ja! Ik ben het!’ zeg ik dan meteen.

‘Sara! Godzijdank.’ Haar stem hapert en dan hoor ik zachtjes gesnik aan de andere kant van de lijn. ‘Je leeft nog…’ zegt ze met een bibberstem. ‘Ik was zo bang dat je dood was…’ Nu wordt het snikken alleen maar heftiger en dan hoor ik ook een zwaardere stem op de achtergrond. Wie zou dat zijn? ‘Ik ben niet dood gek, ik ga ontsnappen,’ probeer ik haar gerust te stellen. Ik zeg het zo zelfverzekerd mogelijk, om haar niet nog bezorgder te maken. ‘Ik ben los en hij is weg. Ik kom eraan.’

‘Je bent los?!’ Emma’s stem slaat een beetje over. ‘Je zat dus vast?’

‘Ja…’ zeg ik zachtjes terwijl ik een blik op de rode striemen op mijn polsen werp. ‘Maar ik ben los. En ik vond de telefoon weer dus toen belde ik jou.’ Even blijft het stil aan de andere kant van de lijn. Dan hoor ik weer wat gemompel en gekraak. De stem die ik dan hoor, doet me bijna in tranen uitbarsten. ‘Sara… Ik was zo bezorgd om je…’ Die stem, is de stem van Mart. Mart, de laatste die ik zag voordat ik verdween. Tegen wie ik gelogen heb. Hij zou super boos op mij moeten zijn. Ik slik de brok in mijn keel weg en antwoord terwijl mijn stem zachtjes trilt: ‘Mart, het spijt me zo…’

‘Sara, ik wil dat je ophangt,’ zegt hij dan. Wat? ‘Bel 112, nu, voordat hij hierachter komt. Wij spreken je later. Zet hem op.’ Weer valt het kort stil. ‘Je kan het Saar. We houden van je,’ vervolgt Mart met dezelfde trillende stem die ik net had. Dan hangt hij op, voordat ik ook maar iets heb kunnen antwoorden. Ik staar een paar seconden voor me uit, om dan zonder twijfel het alarmnummer in te toetsen. Ik druk op de groene knop en hiermee gaat mijn reddingsplan pas écht van start. Ik ga hier weg. Dan schrik ik me wezenloos. Nee. Nee, nee, nee. Nog voordat de telefoon overgaat, hoor ik een auto aan komen rijden. ‘112 alarmcentrale, wilt u politie, brandweer of ambulance?’

‘Politie,’ antwoord ik snel met een paniekerige stem. Ik probeer naar buiten te kijken om te zien of hij al uitstapt. ‘In welke plaats?’ Ik weet niet waar ik ben. Shit. Hoe kunnen ze mij nu helpen als ik niet weet waar ik ben? ‘Weet ik niet…’ zeg ik. Ik kan wel janken. ‘Ik ben ontvoerd en hij komt er zo aan en da-’ Ik kom niet meer uit mijn woorden en begin te snikken. De vrouw aan de andere kant blijft rustig en vraagt mij hetzelfde te doen. ‘Heb je echt geen idee waar je bent? Heb je iets van de omgeving kunnen zien?’ Dat weet ik! Ik zit in het bos, in een verlaten vakantiehuisje die amper nog gebruikt wordt omdat de eigenaar te lui is om er überhaupt heen te gaan. Ik werp een blik op de auto, hij stapt nu uit. Dan stokt mijn adem in mijn keel. ‘Ik ben in een bos, in een vrijstaand vakantiehuis. Het is het enige huis in de omgeving en er loopt een groot, lang, recht pad naartoe.’ Dan hoor ik de deur dichtslaan en heb ik geen andere keuze dan de verbinding te verbreken. ‘Help me,’ fluister ik nog. Hopelijk kan ze hier genoeg mee. Ik kijk snel rond en zoek een mogelijkheid om me te verstoppen. Dan hoor ik snelle voetstappen de trap oplopen en ik verstijf. Het is al te laat. De deur zwaait open en ik sta oog in oog met mijn ontvoerder.

Het leven van een gek: Wanhoop, touwen en een hoop problemen

2016-29-9-13-29-15

21. Wanhoop, touwen en een hoop problemen

Wanneer ik wakker word, is het donker. Mijn hoofd bonkt en terwijl ik probeer op te staan, krijg ik een brandend gevoel in mijn polsen en enkels. Ik kom niet overeind. Ik zucht en blijf liggen. Wat heb ik nu weer gedaan? Ik ben misselijk en merk dat ik moet overgeven. Een enorme golf braaksel komt omhoog en wanneer ik van het bed wil komen, merk ik dat ik geen kant op kan. Ik kan het niet tegenhouden en het zurige spul komt vooral over mezelf, de vloer en het bed. Een smerige lucht verspreidt zich door de kamer. Waarom kan ik geen kant op? Ik doe nog een poging, totdat het pas tot mezelf doordringt. Ik ben geblinddoekt, vastgebonden en ik heb net overgegeven. Ik ben weer terug bij af. Een grote snik ontsnapt uit mijn mond en voordat ik het zelf doorheb, ben ik met gierende uithalen aan het huilen. Ik wil naar huis. Naar Emma, naar Mart. Dit is gemeen, zo hebben we het niet afgesproken. Ik moet iets doen maar ik zou niet weten wat. Ik zit vast en die gast houdt me nu waarschijnlijk vreselijk goed in de gaten. Zou hij me gaan vermoorden? Omdat ik dingen gezien heb? Omdat ik hém gezien heb? Ik ken hem, ik weet het zeker. Ik heb hem eerder gezien. Er is iets met deze man, met dit huisje en ik weet niet wat. Kom op Sara, denk na. Alsjeblieft, voor een keertje. Kom op, kom op. Maar het komt niet en op dat moment realiseer ik me dat het ook niet uitmaakt. Ik lig hier voorlopig toch nog vast.

Uren lig ik daar, zonder te weten of het nu donker of licht is en zonder eten of drinken. Ik heb het benauwd, deels door de kots maar ook door alle andere luchtjes die inmiddels in de kamer hangen. Van het leven hier is geen waardigheid meer over. Ik heb geprobeerd te gillen en te schreeuwen maar er kwam geen reactie behalve een schor gesnik uit mijn eigen keel. Wat ik ook doe, het gaat toch niet helpen. Er is niemand die me hoort, echt niemand. De stilte en ik zijn met elkaar opgesloten. Het is zo stil, dat ik begin na te denken over van alles en nog wat van mijn leven en dan realiseer ik me dat ik liever naar Frankrijk ga dan dat ik hier nog tijden lig. Hoe zou het zijn in Frankrijk? Zonder Emma, zonder Mart. Allemaal nieuwe Franse vrienden maken die alleen maar van stokbrood houden. En van Franse muziek. Emma en ik haten Franse muziek. Ik moet zachtjes grinniken wanneer ik Emma’s gezicht voor me zie terwijl ze Franse muziek hoort in een winkel. Ik merk dat het helpt om aan leuke dingen te denken, dus ik denk aan Emma, aan Mart en alle anderen. Aan alle grappige acties. Ik zie ons weer staan, allemaal onder het cupcake beslag. Emma’s imitatie van een Franse flamingo. Ik lach en huil tegelijkertijd. Emma ik die samen bij de Koning zitten terwijl de rest van onze vriendengroep tegen het raam in de deur staat aangedrukt. Dankzij al die herinneringen word ik langzaam toch een beetje rustig en worden mijn ogen zwaar. Ik geef over aan de slaap die mij meeneemt naar andere werelden.

De volgende keer dat ik wakker word weet ik zeker dat ik voetstappen hoor. Echt. Ik schiet overeind, realiseer me dan pas dat dat niet kan en met een enorme pijn in mijn polsen en een klein gilletje val ik direct weer neer. Ik voel dat de paniek op komt zetten. Die blinddoek moet af, ik word gek. Ik beweeg mijn hoofd heen en weer over het matras en voel dat de doek begint te rollen. Dit gaat, realiseer ik me. Ik doe het opnieuw en opnieuw terwijl ik mijn bonkende hoofd en brandende polsen negeer. Er komt een streepje fel licht naar binnen. Ik zie iets! Het motiveert me om het nog een keer te proberen, nog een keer. Er komt steeds meer beweging in. Met een laatste pijnlijke kreet rolt de doek voor mijn ogen weg. Eerst knijp ik ze dicht voor het felle licht, maar langzaam lijken ze eraan te wennen. Ik lig nog steeds in dezelfde kamer als altijd. Ik kijk naar mijn polsen. Ze zijn vuurrood en zitten met een simpel touw vast. Ik had het gevoel dat ik veel strakker zat vastgebonden dan dit. Ik ben de voetstappen alweer vergeten, het enige waar ik aan kan denken is het losmaken van die touwen. Want dat moet lukken.

Kampeerupdates en internetleed: moet je lezen!

2016-25-8--14-19-28

Drie weken kamperen. Drie weken lang vrijwel geen internet, of internet dat alleen goed genoeg is om te Whatsappen. Jij. Celine. Serieus? Drie weken lang in een tentje, zonder spiegel, met de minimale make-up en kleding. Ik heb een paar korte kampeerupdates geschreven zodat jij weet hoe dát ongeveer gaat.

Kampeerupdates

Kampeerupdate 1

Geen bereik, stilte… Alleen het geluid van een kabbelend beekje en wat zoemende vliegen. Een libelle vliegt over het wateroppervlak, en maakt zichzelf af en toe nat. Hij is donkerblauw van kleur, diepblauw met een glinstering. Een blaadje glijdt mee met de stroming, hij gaat over het water, dat met een schittering het zonlicht weerkaatst. Het zand is moerasachtig, donkerbruin, een plaats voor dode takken en bladeren. Een plek vol komen en gaan, en toch vol van de stilte. Een waterspinnetje probeert tegen de stroming in te lopen, maar komt niet vooruit. Inmiddels vullen krekels de stilte, als een koor zingen ze met elkaar, terwijl de libelle bromt en een kijkje neemt bij een ongenode gast op dit dierlijke tafereel, ik dus. Een bij neemt ook een kijkje. Het licht, de geuren, het geluid en de sfeer zijn niet te vangen met een camera, alleen als je er komt, kun je het voelen. Ik hoor hier niet te zijn, ik zou dit niet moeten verstoren, deze rust. Ik vouw mijn handdoek op, doe mijn tas om mijn schouder en met mijn slippers bungelend in mijn hand, verlaat ik de stilte. De stilte laat zich niet vangen door een woord.

Kampeerupdate 2

De eerste keer dat ik wakker word, is het ijskoud, een zacht ochtendlicht verspreid zich door de tent. Ik realiseer me dat ik niet op mijn kussen lig, maar wanneer ik mijn hoofd erop leg voel ik die kou die in mijn kussen is getrokken. Toch laat ik het zo, in de hoop dat mijn lichaamswarmte het kussen snel opwarmt. Ik kruip wat dieper in mn slaapzak. Die is wel heerlijk warm, integendeel. De fijne warmte van mijn slaapzak, maakt dat ik alsnog, opnieuw, in een lichte slaap val.

Wanneer ik de tweede keer wakker word  moet ik naar de wc. Inmiddels is het licht, maar nog steeds koud. Opnieuw kom ik erachter dat ik niet met mijn hoofd op het kussen heb geslapen en ik vraag me af waarom ik het mee heb genomen. Het kussen is dan ook weer koud als ik mijn hoofd erop leg. Dan begint het te regenen. Eerst kleine spatjes, die zachtjes op het tentdoek tikken. Het gaat steeds harder. Gets, dit wordt een regendag. Geen kans om op te warmen van de koude nacht. Dan draai ik me nog maar een keer om, het is vakantie, toch?

Kampeerupdate 3

Het is leuk! Na een beetje wennen moet ik toegeven dat het eigenlijk best heerlijk is hier onder de Franse zon. Een blauwe lucht kleurt de hemel en af en toe zweeft er een witte veeg voorbij. Het enige wolkje dat de lucht gezelschap houdt, naast een felle zon. Noa, Hanna en ik zitten bij het zwembad. Nu ik eindelijk gesetteld ben, heb ik nog maar één doel: bruin worden. Zo snel mogelijk. Maar dat gaat een beetje moeilijk als je moeder steeds komt met factor 50 zonnebrand. Dan maar een keertje niet insmeren, want ik verbrand toch niet. En word dus ook niet bruin, maar dat terzijde. Heel veel chocola, zwembadwater en Oreo’s verder, ben ik niet veel bruiner, maar ach. Het was wel leuk. En lekker.

Kampeerupdate 4

Sterren kijken in een net geoogst graanveld met allemaal leuke mensen. Weetje. Hoe. Mooi. Dat. Is. Het stro wat over was gebleven legden we neer als een soort bedje, zodat er geen kou van de grond zou komen. En daar lagen we dan. Zes gekke mensen, kijkend naar de sterren. Allerlei sterrenbeelden, vallende sterren, vliegtuigen en satellieten. Wauw!

Dit waren alweer alle updates die ik geschreven heb! De volgende keer vertel ik over de bucketlist die ik met een vriendin, die naar dezelfde camping als ik kwam, gemaakt heb.

Internetleed

Drie weken lang geen goed internet, vertelde ik al in mijn inleiding. Nou, het was echt erg af en toe. Het was voor een internetaddict als ik gewoon heel moeilijk. Pas toen ik thuis kwam, kwam ik erachter dat het blogje dat ik had willen posten, niet was geüpload. Vet frustrerend! Ik klaagde altijd over het internet bij mij thuis, maar nu ineens lijkt dat een stuk sneller en vind ik het -v00r nu- helemaal geweldig om weer goed internet te hebben. Eindelijk weer lekker van alles posten!

De vakantie heeft mij echt super thankful gemaakt. Niet alleen voor mijn internet maar ook voor een hele hoop andere dingen. Lekker kunnen afspreken met vriendinnen, een eigen goedgevulde kledingkast tot mijn beschikking hebben, een eigen kamer en nog veel meer dingen. Echt supertof!

Superleuk nieuws!

Oh, mijn superleuke nieuws! Dat is dat ik nu niet meer alleen op mijn eigen blog te vinden ben, maar ook op de website van Huis van Belle. Huis van Belle is een superleuke website voor tienermeiden, over geloof, zelfbeeld, DIY, fashion en allerlei andere onderwerpen die tienermeiden bezighouden. Het is zeker de moeite waard om eens een kijkje te nemen. Bijvoorbeeld bij mijn eerste blogje 🙂 (Die om een technische reden nog niet op mijn naam staat.) Ik ben heel benieuwd wat ik hier allemaal van ga leren en of het een succes is. Ik vind het leuk!
Liefs!

Just don’t forget, to wear a hat

 

Het leven van een gek: Ventilatie, trappen en een telefoon

2016-17-7--20-01-49

19. Ventilatie, roltrappen en een telefoon

Slapen, wakker worden, slapen, wakker worden. En af en toe een zak chips pakken en leegeten als ik honger heb, de voorraad begint al behoorlijk slinken. Water en chips is echt het enige wat ik binnenkrijg. Ik heb nog niet naar een wc durven zoeken, dat doe ik steeds in een emmer die in het hoekje van de kamer staat. Maar inmiddels stonk ‘ie te erg, dus die heb ik uit het raam gekukeld. Hij paste er precies doorheen. Inmiddels is het opnieuw nacht, ik heb geen idee hoe laat. Maar ik moet naar de wc en ik heb geen emmer meer. Waarom heb ik die wc nou niet eerder gezocht? Nu moet ik in het donker, met iemand die constant over mijn schouder meekijkt, naar de wc. En ik kan het echt niet meer ophouden. Ik besluit dus maar op zoek te gaan, maar niet zonder mijn lamp. Hij werkt niet, maar ik kan er nog steeds prima mee slaan en als het nodig is, dan doe ik dat ook zonder pardon. Of ik raak sla is een ander verhaal. Ik schuifel richting de deur, muisstil. Af en toe voel ik me wat duizelig en bibberig, maar dat maakt niks uit. In het hele huis is geen geluid te horen, behalve het geluid dat ik zelf maak. Welke deur was die van de kamer? Oké, de linker. Er is nog een deur over, en een trap. Als ik een wc was, waar zou ik dan zijn? In een badkamer, natuurlijk. En daar zit een ventilatiesysteem. Dus ik zou het moeten kunnen zien, mits het niet zo donker zou zijn. Ik heb dus niks aan mijn geniale theorie. Dan maar gewoon proberen. Misschien heb ik net zoveel geluk als de vorige keer. Terwijl ik verder schuifel, ontdek ik nóg een deur, die mij mijn vorige tocht helemaal niet was opgevallen. Hij heeft alleen een knop, geen klink en wanneer ik eraan duw en trek, blijkt hij op slot te zitten. Om mezelf niet nog banger wil maken, ga ik er vanuit dat dat zo’n schoonmaakkast of meterkast is, en geen eng ontvoerdershol ofzo. De andere deur gaat wel open. Zou er een lichtknop zijn, ergens? Ik tast de wand af met mijn handen. Ja, daar voelde ik een knop. Ik druk erop, maar de herrie die volgt is niet te omschrijven. Het ventilatiesysteem, die ik net nog zo handig vond, begint nu te loeien. Oh, shit. Shit shit shit shit. Ik druk nog tien keer op het knopje, maar het geluid houdt niet op. Wat nu? Ik loop even helemaal vast. Als versteend sta ik in de kamer, die nu dus duidelijk een badkamer is. Ik krijg buikpijn van de spanning. Wacht even, volgens mij is het niet van de spanning, maar omdat ik nog steeds echt kei-nodig naar de wc moet. Dat wint het dan ook van mijn paniek, dus nu zoek ik fanatiek de wand af naar een lichtknop. Daar, eindelijk! Een klein, zoemend, gelig peertje verspreidt een gedimd licht in de badkamer. Een kleine douche wordt zichtbaar, met daarnaast een toilet. Er staat ook een smal wastafeltje met een kraan, met erboven een spiegel. Ik kijk erin en schrik van m’n eigen gelaat, dun en grauw. Mijn haar hangt in vette sliertjes langs mijn gezicht, maar douchen hier, dat durf ik echt niet. Een grote ruimte is het niet en het is er ook niet bepaald schoon. Maar als je nodig moet, is het goed genoeg. Ik ga dan ook snel naar de wc, nog steeds onder het gezoem van de ventilatie. Ik schrok me echt een ongeluk toen dat ding aanging. Wat een rotplek is het hier. Ik wil naar huis.. Ik besluit ook nog wat te drinken uit het kraantje, om dan weer te gaan. Gewapend met mijn lamp, ga ik weer onderweg naar mijn eigen kamer. Ik kom gelukkig niemand tegen, maar dan is er opnieuw een geluid dat me stokstijf stil laat staan. Het komt bij de deur met de knop vandaan. Lieve help, wat zit daar nu weer? Of beter gezegd, wie? Misschien moet ik er maar gewoon niet over na denken. Ik heb gewoon niks gehoord. He-le-maal niks. Maar als ik het opnieuw hoor, weet ik wel zeker dat er iemand zit. In een opwelling ren ik naar boven, de trap op. Als ik boven ben, kan ik mezelf wel voor m’n kop slaan. Ik heb mezelf gestoten, wat natuurlijk niet zo gek is in het donker, maar bovendien zal ik nog steeds langs de kamer moeten, wil ik bij mijn eigen komen. Ik ben echt zó stom af en toe! Waarom rende ik niet gewoon naar m’n eigen kamer? Als ik een beetje ben bijgekomen en me realiseer dat het echt stil is, verzin ik ook dat nu ik hier toch ben, ik meteen mooi even de boel kan onderzoeken. Wie weet wat ik vind. Ondertussen begint het alweer wat lichter te worden. Hoe laat zou het zijn? Half vijf? Ik zou het niet weten. Op de bovenverdieping zijn drie deuren. Welke zal ik eerst nemen? Nu ik weet, nou ja, vermoed, waar mijn “oppas” bivakkeert, hoef ik minder bang te zijn om de deuren hier te openen. Ik besluit ze gewoon op volgorde af te gaan. De eerste kamer, is heel gewoon. Er staat een bed en een kast, meer niet. Ik open de kast, maar die is leeg. Er hangt wel een kledinghanger in, van dat ijzer dat je kunt buigen. Ik zie er een potentieel wapen in, dus ik besluit het mee te nemen. Nu heb ik dus een lamp én een vervormd stuk ijzer. Ik word er echt gevaarlijker op, Emma zou trots op me zijn. Goed, volgende kamer dan maar. Als ik die opendoe, valt mijn mond open van verbazing.

De hele kamer is bezaaid met foto’s, notities, kaartjes, routekaarten en nog veel meer van dat soort rotzooi. Hallo, ik ben toch niet in een film beland ofzo? Foto’s van mij, van vriendinnen, selfies… Hoe komt hij daaraan? Notitieblaadjes met mijn favoriete eten, drinken en allemaal informatie die alleen m’n beste vrienden zouden moeten weten. Hoe komt hij aan al die informatie? Ik moet hier weg, en snel. Op het moment dat ik me om wil draaien, valt mijn oog op een hoopje in de hoek. Er ligt een doek overheen. Ik trek de doek eraf. Daar ligt mijn sporttas! Ik kan wel in de lucht springen. Snel pak ik hem mee en moffel ik de doek weer tot een hoopje. Dan loop ik naar de laatste kamer. Die ziet er weer heel gewoon uit.  Een beetje hetzelfde als de eerste. Bed, kast, nachtkastje, vaste telefoon. Nachtlampje, stoel. Ik ga op het bed zitten, om de inhoud van mijn sporttas te bekijken. Heb ik alles nog? Mijn telefoon zat erin, Ollie de Onbekende Ontvoerder, een pen en nog wat troepjes. Eigenlijk zit alles er nog in, behalve mijn telefoon. Lekker dan.. Nu kan ik nog Emma niet bellen. Maar wacht eens even. Ik kijk naar het nachtkastje. Natuurlijk! Daar staat gewoon een telefoon. Ik voel mezelf geniaal, ook omdat ik het telefoonnummer van Emma uit mijn hoofd ken. Ik twijfel geen seconde en bel Emma. Ik kruis mijn vingers, in de hoop dat ze opneemt op dit tijdstip. Dit is wel mijn enige kans… “Hallo?” hoor ik slaperig aan de andere kant van de lijn. Emma! Ik kan wel huilen van blijheid. ‘Emma…,’ zeg ik zachtjes. ‘Ik ben het, Sara.’

“Sara!” gilt Emma. “Sara, alles goed met je? Waar zit je? Waarom heb je niet gebeld? Je bent al sinds vrijdag weg en niemand heeft wat van je gehoord…” Ze begint zachtjes te snikken. “Ik maakte me zo’n zorgen…” Ik weet niet eens welke dag het nu is, eigenlijk.

‘Ik ben mijn telefoon kwijt Em…,’ zucht ik. ‘Het gaat totaal niet volgens plan. Ik wil hier weg, help me…’ En ook ik ben weer lekker aan het huilen.

“Oh shit… Wat nu? Krijg je eten en drinken? Is er wel een wc enzo? Straks gaat ‘ie je vermoorden!” roept ze allemaal achter elkaar.’
’t Is oké, Em.. ik heb wapens en ik vond deze vaste telefoon. Maar ik heb geen idee waar ik ben en hoe ik hier wegkom.’ Ik vertel haar maar niet over het feit dat ik alleen maar chips en water krijg en dat de situatie eigenlijk wel iets erger is. “Sara, wat er ook gebeurt hè? Je bent echt mijn beste vriendin die ook ooit heb gehad. Ik mis je vreselijk en ik ga er alles aan doen om je weer thuis te krijgen. Oké?” vervolgt ze snikkend. Dan hoor ik een dof geluid, gevolgd door een tweede. Shit, ik moet hier echt weg. ‘Emma, ik hoor iets. Of iemand. Ik moet gaan, maar ik bel je snel weer. Je bent m’n allerbeste vriendin en doe iedereen de groetjes en een sorry van me. Tot snel Emma.’ Ik maak een kusgeluidje. Emma begint alleen maar harder te huilen. “Doeg Saar,” zegt ze met afgeknepen stem. Dan hang ik op en zorg ik dat ik zo snel mogelijk in mijn kamer kom, mijn veilige haven. Binnenkort ga ik weer terug.

Ik ben nu op vakantie, maar binnenkort komt ook het volgende hoofdstuk online, zoals beloofd! Het internet hier is niet helemaal super :/

Liefs!

Just don’t forget, to wear a hat